NIEUWE MUZIEK.
AMSTERDAM, Junij 1863.
NIEUWE PIANOSTUKKEN:
Voor vier handen. H. HERZ, op. 168, l’Ecume de Mer. . . . . . . . . . . . ƒ 1,60.
” ” ”
” ” ”
” ” ”
salon. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ” 1,40.
” ” ”
” ” ”
” ” ”
” ” ”
Voor twee handen. BADARZEWSKA, Madalena Fantaisie. . . . . . . . . . . ” 1,––.
” ” ”
” ” ”
” ” ”
” ” ”
” ” ”
” ” ”
” ” ”
” ” ”
” ” ”
mantique. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ” 0,90.
” ” ”
” ” ”
Het is steeds aangenaam onder de nieuw verschijnende pianocompositiën ook nieuwe en originele stukken voor vier handen te ontmoeten, want nuttig is het voorzeker dusdanige werken veel te gebruiken; daarom zijn bovenstaande stuk-ken dan ook zeer aan te bevelen.
Bij de firma TH. J. ROOTHAAN & Cie. te Amsterdam verscheen onlangs ge-meld morceau de salon van MEYROOS “Ména et Betsy.” In eene middelmatig zware stijl geschreven, is het een zeer dankbaar en effectvol stuk en mag dit dan ook niet in de muziekportefeuilles onze geachte abonnés ontbreken.
PACHER’S werken zijn minder zwaar doch zeer melodieus.
LEYBACH, wiens compositien, zoo algemeen bekend en bemind zijn, heeft ook weder het getal Salonstukken vermeerderd; wij vinden eene schoone étude in zijn opus 61, alsmede in EGGHARD’S opus 131.