172 HUISHOUDEN EN KEUKEN.
en snijdt ze dan in lange dunner stukjes, die men afdroogt. Dan kookt men wijnazijn met broodsuiker: op anderhalve flesch ruim zes ons suiker. Dit geschuimd zijnde doet men er de kom-kommers in en laat ze koken tot zij bijna gaar zijn; dan schikt men ze in eene keulsche pot en kookt de azijn nog eens op met wat kaneel en kruidnagels, tot zij dikachtig wordt waarna zij warm op de komkommers gegoten wordt.
Meloenschillen in het zuur. Men neemt de schijven, legt ze in goeden azijn en laat ze daarin acht dagen staan. Dan wordt die azijn afgegoten en neemt men versche waarin de me-loenschijven gekookt worden, tot men ze met een strootje door-steken kan. Dan legt men ze in eene keulsche pot in lagen; doet tusschen elke laag goed wat witte suiker, een weinig na-gelen en kaneel.
De azijn moet kokend hierover worden uitgestort.
DE MAAND JULIJ.
Zoo is dan de eerste helft van het jaar weder voorbij! De tijd staat niet stil en gaat zijnen eentoonigen gang, al dunkt ons de eene week of maand langer dan de andere. Wat vliegen de dagen snel voorbij als men de aangenaamheden des levens geniet; wat kruipen zij traag voort als men met verlangen uitziet naar de verwezenlijking eener hoop, die, al is het slechts eenige weken, in het ver-schit voor ons ligt. De schoolknaap, die reeds terstond na het hervatten der lessen zooveel schrapjes zet als er nog dagen moeten verloopen tot de volgende vakantie, verzuimt geenen enkelen dag er een uit te wisschen, en toch is ’t hem als minderden de streepjes niet! Zoo gaat het ook den wandelaar op eenen omaf-zienbaar langen, regten weg. Hij meent dat er geen einde aan komen zal en ziet achter zich om – het schijnt dat hij nog geen tien voetstappen heeft ge- daan en toch heeft hij reeds een uur afgelegd! Zie, daar komt een rijtuig achter hem aan met vlugge paarden. Het neemt hem op, en nu snelt hij de boomen vliegend voorbij . . . . . zoo zal het u gaan als gij oud wordt jonge dames! De paarden van den tijd gaan hoe langer zoo sneller loopen.
Maar gij verwacht hier zulke bespiegelingen niet, immers geene lange; wij gaan dan ook over tot de orde van den dag, en vinden, waar wij den Almanak op de door de Romeinen naar keizer JULIUS CAESAR genoemde maand naslaan, bekende, onbekende en minbekende namen. Tot de eerste rekenen wij MARGARETHA