164 DE DENNENBOOM VAN VOORHEEN EN VAN THANS.
Uit dennenhout was het beroemde paard vervaardigd, waar-mede de listige Ulysses zijne Grieken binnen de muren van Troje bragt, uit dennenhout ook de brandstapel, waarop de af-gestorvenen werden verbrand; in de door dennenhout gevoede vlam snelde de vrijgemaakte ziel de oneindigheid tegen. Welligt is het in dezen zin dat een oud schrijver den dennenboom de genezing van alle lijden toeschrijft, schoon het ook woordelijk kan worden opgenomen, want reeds in vroege tijden erkende men de heilzame geneeskrachten van den dennenboom, vooral bij borstaandoeningen, eene opvatting die ook in onzen tijd nog geldig is.
De goden daalden af van den hemeltroon, het christendom verkeerde in spoken en kabouters wat eenmaal het heidendom hoogelijk had vereerd, en ook de den viel in ongenade als een boom van valschheid en verraad; doch slechts voor korten tijd. Op tallooze wijzen benuttigd, bleef hij een boom van muziek en poezy, want uit zijn hout vervaardigt men de viool, waaraan de meesterhand zoo tooverzoete klanken ontlokt; zijn stam rigt men op ter viering van het schoonste feest der christenheid. Wie ken niet ten onzent uit menige vriendelijke beschrijving den schitterend stralenden kersboom onzer duitsche naburen? Wie beaamt het niet dat de dennenboom daar schooner plaats bekleedt dan ooit te voren bij al de feesten van het heidendom? Voorwaar onze dennenboom heeft geen grond tot klagen over verloren grootheid; en wanneer hij peinst, dan is dat regt na-tuurlijk – dan smelt voor hem het heden en het verleden in- een tot één gelukkig geheel.
JEANNE D’ARC.
Weken lang was de aloude stad Rouaan reeds in eene hooge, deels angstige en deels hoopvolle spanning geweest, toen zij op den middag van Woensdag den 7den Julij 1456 als door eenen tooverslag een zoo feestelijk aanzien kreeg als de oudsten niet heugde en waarvan de hoogste kerkelijke feest- en processieda-