De Gracieuse 1863 | 页面 162

154 OVER EDELGESTEENTEN.

len. Hij nam de vlugt naar Malabar en verkocht hem voor 2,000 pd. aan eenen scheepskapitein, die hem op zijne beurt voor 12,000 pd. aan een jood verkocht. Deze laatste stond hem voor eene aanmerkelijke som af aan den Armenischen koopman SCHAFRAS, de vinder van de welbekende Lazareffdiamanten; en deze verkocht hem te Amsterdam ana de Russische Keizerin CATHARINA, voor den prijs van 450,000 zilveren roebels, eene lijfrente van 20,000 roebels en brieven van adeldom. Volgens eene andere opgaaf was deze diamant een der oogen van het afgodsbeeld Scheringham in den tempel van Brahma.

De Oostenrijksche diamant, of Groote Toskaner, heeft een geelachtige kleur, doch in spijt hiervan, wordt hij op 160,000 pd. geschat. Men houdt hem voor den grootsten en fijnsten der drie diamanten welke KAREL DE STOUTE in 1476 in den slag van Granson verloor. Hij zelf, of de persoon die hem trachtte te redden na het verlies van den slag, liet hem vallen op den weg. Een Zwitser vond hem in een doosje te zamen met eene kostbare parel. Eerst wierp hij hem met verachting onder een kan, denkende dat het slechts een stukje glas was, doch hij bezon zich, raapte hem weêr op en verkocht hem voor een gulden, aan een priester te Montagny; deze kraag er drie franc voor van een Berner. Er woonde in dien tijd te Bern een rijk koopman, BARTHOLOMEUS MAY, die beroepzaken in Italië had. Hij kocht den edelen steen voor 5,000 gld., waarschijnlijk kwam hij later in handne van LOUIS SFORZA, Hertog van Milaan. Na den val van het Huis SFORZA, kreeg deze steen achtereenvol-gens verschillende eigenaars; HENDRIK VIII, wiens dochter MARIA hem aan FILIPS van Spanje gaf, kocht hem, en zoo kwam hij wedrom in bezit van den achterkleinzoon van KAREL DEN STOUTE.

De Regent, of Pitt, is wat het water betreft, zonder twijfel een der schoonste diamanten van Europa; hij behoort tot de Fransche Kroonjuweelen. De Regent kocht hem, tijdens de minderjarigheid van LODEWIJK XV, van Mr. PITT, Gouverneur van het fort George, en grootvader van den Graaf van Chatham, voor den prijs van 92,000 pd.; terwijl de eigenaar het overschot van het snijden voor zich behield, dat nog verscheidene fraaije diamanten opleverde, tot den prijs van 5,000 pd. het stuk. Naar