148 OVER EDELGESTEENTEN.
bestaat; en deze uitkomst is door latere proefnemingen gestaafd. Veel pogingen zijn sedert aangewend tot het kristalliseren van houtskool; men verkreeg wel diamantpoeder, doch de uitkomst was in geenen deele geëvenredigd aan de kosten. Dat het dia-mantpoeder was, is evenwel zeker, daar men het gebruikte om robijnen te slijpen, en geen andere stof hiertoe geschikt is. In de natuur onstonden echter de diamanten zeker niet op deze wijze; doch wij weten zoo weinig van hunne wording af, dat het nutteloos zou zijn hierover lang uit te weiden.
Slechts drie gewesten leveren een noemenswaardig aantal diamanten op, – nl. Indië, Borneo en Brazilië. Indië was bij de ouden bekend om zijne diamanten; Brazilië begon er eerst in het begin der vorige eeuw handel in te drijven terwijl Bor- neo zelf zijne diamanten verbruikt. Behalve deze voornaamste mijnen, heeft men er ook gevonden in Mexico, in Noord-Caro-line en Georgië; zij worden ook opgedolven bij het goudgraven in Californië en Australië, benevens in het Uralisch gebergte.
In Indië zijn drie groote diamantmijnen; de beroemdste zijn die van Golconda, aldus genoemd nnar het bergfort van den-zelfden naam, in de nabuurschap van Hyderabad, waar de groote diamanten, aan den nabob behoorde, bewaard werden. Het aantal diamanten door Indië voortgebragt, is aanmerkelijk. De Sultan MAHOMED de GHURID, liet bij zijn’ dood in 1215, vol- gens berigten van den geschiedschrijver FERISHTA, een stapel na van 400 manden of omtrent 4000 schepels. Deze steenen zijn langzamerhand over de wereld verspreid; eerst door de roof-zieke benden van Tamerlan, de Afghans en Maratten, en later door de meer vreedzame doch niet minder invloedrijke pogingen der Engelschen. Sedert de ontdekking der Braziliaansche dia-manten, en de afzetting der oorspronkelijke bestuurders in Indië, zijn de diamanten in dit laatste land zeer gedaald, ter- wijl de mijnen bijna allen zijn verlaten. De opbrengst van Brazilië is integendeel sedert het jaar 1727 goed bestuurd geworden, en uit een enkele mijn verkreeg men binnen drie jaren zeven en dertig pond diamanten. De diamantwasscherij, vroeger een monopolie, staat tegenwoordig aan iedereen vrij, en de onder-nemer behoeft alleen de overheid te verwittigen van de plaats