132 CONSTANCE CHORLEY.
met hare schoonzuster zeer het mislukken der beignets, KRIS deelde een sinaasappel voor LEENTJE en wierp haar bij voor-baat de schel over de tafel toe, en de twee kinderen keken in een ouden prentenbijbel. KRIS werd uit zijne afgetrokkenheid gewekt daar hij eene flesch moest aangeven; hij schrikte op die vraag zoo dat hij eene onvoorzigtige beweging met den elleboog maakte en daardoor bijna een groot ale glas afwierp. CON-STANCE zag het gevaar en wilde het voorkomen, doch de ze-nuwachtige haast waarmede zij opstond, bevorderde juist het onheil en het fijne, schoone familieglas waar een naam op ge-dreven was, kantelde en viel in duizend stukken op den grond. Het arme kind werd rood tot achter de ooren toen zij zag wat zij gedaan had. Heel langzaam zocht zij de stukken bijeen, daar-door kon zij bukken en zag zij voor eenige oogenblikken al- thans de blikken niet die op haar gevestigd waren zoodra zij het hoofd boven de tafel hief.
“Het was mijne schuld oom” zeide KRIS, “het spijt mij – ik zat te denken, en –” Gedurende een paar minuten kwam er geen antwoord en zij begonnen weder terug te keeren tot den staat van stomme ongezelligheid waaruit zij zoo even gerukt waren, toen HUMPHREY hen allen deed opspringen, zijn glas op de knie liet rusten, en terwijl hij met de pijp naar de kin- deren wees, tegen zijn neef uitviel met de woorden:
“Hoor eens gij. uw vader en gij, zult van nu af aan de goedheid hebben deze zaak in uwe eigene handen te nemen, want ik heb gezien dat ik met mijne eigene zaken de handen vol heb. Gij beiden kunt op zulke dingen letten zeg ik, en zeker zal het u voordeel doen, maar ik – het is mij te veel, of als ik het zoo zeggen zal, het is meer dan ik doen kan om ze te behandelen als of het mijn eigen waren en er geen gek- ken van te maken; ook heb ik er geen zwak op den naam van philanthroop te krijgen voor elke deern die half stervende op mijn erg komt! Neen daar dank ik voor. Om de hand in den zak te steken daar heb ik in het ordentelijke niets tegen, of- schoon ik geene twee honderd guldens buiten de familie om heb liggen zoo als zeker iemand. Ik wil niet met de verantwoordelijk-heid te doen hebben, en ik wasch er mijne handen van af, en