De Gracieuse 1863 | Page 134

126 DE MAAND JUNIJ.

die eene der beste dichteressen was van haren tijd. Wij kunnen wel niet instem-men met de loftrompet harer tijdgenooten, die onuitputtelijk waren in haren lof en haar de Nederlandsche SAPPHO, de tiende Zanggodin en dergelijke noemden; maar met dat al is het jammer dat de gedichten deze begaafde vrouw aan onze latere letterkunde zoo weinig bekend zijn gebleven. Kenmerkt zich hare oorspron-kelijke poëzy – men heeft ook onderscheidene dichterlijke vertalingen van hare hand – minder door hooge vlugt en kracht, de beschaafde vrouw verraadt zich in den zuiveren smaak en de bevallige ronding harer voorbrengselen. Eenige harer treurspelen hebben zich nog lang in den Schouwburg staande gehouden, maar zijn thans bij veranderen smaak zoo goed als vergeten.

Het melding maken van het tooneel doet mij hier denken aan eene Italiaansche begaafde vrouw, ISABELLA ANDREINI, in het twee en veertigste jaar van haar leven te Lyon overleden den 9den Junij 1604. Zij was eene der vermaardste too-neelspeelsters van haren tijd; hare buitengewone schoonheid, edele houding, buig- zame stem en gepaste gebaren werden als om strijd geroemd. Bovendien was zij zeer ervaren in de muziek, speelde onderscheiden instrumenten met veel talent en zong heerlijk. Ook meer ernstige studiën waren aan deze voortreffelijke vrouw niet vreemd. Zij sprak onderscheidene talen en had zich met ijver toegelegd op – schrikt niet, dames! – wijsgeerige onderzoekingen, en wel dermate, dat zij de eer van het lidmaatschap der wetenschappelijke Academie te Padua verwierf. Ik verzoek echter mijne geachte lezeressen niet te denken dat mevrouw ANDREINI eene onverdragelijke savante was – de lofverzen, in menigte aan het hoofd der na haren dood bezrogde uitgave van hare gedichten gedrukt, weiden nog veel meer uit over hare lieftalligheid, huiselijkheid, bescheidenheid en beminnelijkheid voor haren echtgenoot en voor allen, die haar omringden, dan over hare geestes gaven en bekwaamheden.

Op gelijken toon als de Fransche en Italiaansche letterkunde over ANDREINI, spreekt de Nederlandsche der zeventiende eeuw over eene andere hoogst begaafde en beschaafde vrouw – MARIA TESSELSCHADE, dochter van ROEMER VISSCHER, die den 20sten Junij 1649 overleed. De lezeressen van het 1ste deel der Gracieuse zullen zich herinneren, dat wij reeds (ald. bladz. 278) hebben melding gemaakt van hare geboorte, die gelijk daar wordt gezegd dan 25sten Maart 1594 heeft plaats gehad. Wij moeten echter herinneren, dat andere schrijvers die op 25 December 1593 stellen.

Doch genoeg voor ditmaal over letterkundige dames van vroegere tijd; ge-noeg zelfs van de maandherinneringen voor Junij. Verbood mij de ruimte niet, er nog het een en ander bij te voegen, dan zou ik nog stof genoeg hebben in het gebeurde met twee vorstinnen: dat de vermaarde CHRISTINA van Zweden den 16den Junij 1654 afstand deed van den troon; en dat de Prinses van Oranje den 27sten Junij 1787 op hare reis van Nymegen naar ’s Gravenhage aan het gehucht Goejanverwellesluis nabij Schoonhoven en Gouda werd aangehouden. Het was een tijd van betreurenswaardige binnenlandsche onlusten over het gezag van