DE MAAND JUNIJ. 127
den Prins van Oranje. De vorstin wilde te ’s Gravenhage de belangen van haren gemaal WILLEM V gaan bevorderen, maar de Staten van Holland lieten haar, op hun grondgebied gekomen, niet doorreizen, en de moeder van Nederlands eer-sten koning moest onverrigter zake naar Nijmegen, de toenmalige verblijfplaats der stadhouderlijke familie terugkeeren.
Gelukkig behoort de tegenstand tegen het doorluchtig Huis van Oranje tot de geschiedenis. Indien onze Nederlandsche dames, ook de lezeressen van de Gracieuse, dit in ééne maand beseffen, dan is het in de maan Junij, op welks zeventienden dag zij allen zeker met geestdrift deelen in den juichtoon der natie:
Leve de Koningin!
NIEUWE BOEKEN.
Eventjes over de grenzen, door den ouden heer SMITS. – Waagt u gerust eventjes, ja zelfs verre over de grenzen, lieve lezeressen, zoo gij tot reis-compagnon en gids den ouden heer SMITS hebt, met zijne gezonde levensbeschou-wing, zijne menschkundige opmerkingen, zijn echt humoritischen stijl. Wij ver-gezelden hem met belangstelling en genoegen op zijne omzwervingen door Dusseldorp, en het deed ons opregt leed dat reeds zoo spoedig die “vriend” ons kwam storen en hem zo egoïstisch met zich voerde. Zoo gij het onderhoudende boekje leest, en wij verwachten zulks van den goeden smaak onzer lezeressen, dan verheugt gij u zeker met ons, bij de biographie der arme JACOBA VAN BADEN, over den tijd van beschaving en verlichting waarin wij leven, en die de herhaling van zulke gruwelen voor immer onmogelijk maakt. Voorts leest ge zeker met genoegen op bladzijde 80 die korte fiksche schets van het kenmerkende onzer eeuw, verheugt u bij de Neanderschöhle in het luisteren naar de opgeruimd zingende en de-clamerende Duitschers, en benijdt ten slotte den ouden heer SMITS zijn avondje in het “Malkasten.”
Panpoëtikon; nieuwe bundel vertaalde en oorspronkelijke gedichten van J. J. L. TEN KATE. – De uitvoering van zulk een werk is wel ten volle toever- trouwd aan onzen verdienstelijken dichter, zoodat wij, al kennen wij nog slechts ten deele den, in afleveringen verschijnenden bundel, dien bij voorraad gerust kunnen aanbevelen als rijk aan keurige bladzijden, ’t zij dan oorspronkelijke, of wel vertolkte. De ANDERSEN navertelde sprookjens zijn keurig van naïveteit, het twaalftal liederen van MELANCHTHON is eene vriendelijke afpiegeling van het vrome gemoed des grooten Hervormers. Huis-tafel, Eigen Haard zijn uitmun-tende dichtstukken, maar wij willen geen keus doen en bevelen liever het schoone geheel ter lezing aan.