120 OVER EDELGESTEENTEN.
BERGUEN in het jaar 1475 eene meer volkomene wijze van dia-mantslijpen uitgevonden en zijne kunst beproefd had op eenige groote ruwe steenen die KAREL DE STOUTE van Bourgondië hem toevertrouwde, steeg de steensnijderskunst tot de hoogte welke zij de laatste twee honderd jaren behouden heeft. De smaak voor diamanten begon zich in de zestiende eeuw onder de hoogere klassen der maatschappij te verspreiden, en te Parijs ontstond een voordeelige handel daarin. Op het einde der ze-ventiende eeuw, telde men in Parijs bij de zeventig diamant-slijpers, waarvan verscheidene een uitgebreiden handel hadden.
Nog later werden te Londen, Antwerpen en Amsterdam mo- lens opgerigt; doch op den huidigen dag hebben de Joden van deze laatste stad dezen tak van nijverheid bijne geheel in han-den. Men berekent dat niet minder dan 10,000 van de 28,000 in Amsterdam wonende Joden, zich middellijk of onmiddellijk bezighouden met het verkoopen en slijpen van diamanten. Een der steensnijders, COSTER genaamd, heeft de eer gehad de twee grootste diamanten der eeuw te slijpen, den Koh-i-noor en de Ster van het Zuiden. De arbeid der Indische steensnijders is zeer onvolkomen; zij weten wel hoe men den steen vlakke zij-den geven en slijpen moet, doch daar zij van meening zijn, dat de waarde van een’ steen van zijne grootte afhangt, volgen zij den natuurlijksten vorm en maken kleine ruitjes, Ter ver-klaring voor hen die niet met de technische termen bekend zijn, zullen wij de uitlegging van Mr. JEFFREY hier aanhalen:
De brillant wordt in een’ open rand gezet met de geslepen punten naar onderen. De kas is het kleine horizontale vlak on-deraan den diamant. De kroon is het bovenste gedeelte der roos, waarvan al de vakken in één punt uitloopen en door de horizontale lijen verbonden zijn. De ruitjes zijn kleine, drie-hoekige vlakken. De gordel is de lijn die den steen evenwijdig met het gezigtspunt insluit. Brillanten en rozen hebben beide ruiten. In de brillanten worden zij gevormd doordat de vakken elkander snijden, in de rozen doordat de vakjes elkander in de horizontale lijnen der kroon snijden. De ribben zijn die lij-nen of kanten welke de verschillende deelen van het werk on-derscheiden.