OVER EDELGESTEENTEN. 119
er toch in geslaagd den saffier, een der hardste steenen, met weinig kosten te doorboren. In Europa worden bijna alleen de Boheemsche granaten op deze wijze bewerkt. Toen de neiging zich openbaarde om hieroglyphen of figuren in de edele steenen te snijden, bevond men, dat zij noodwendig eene effen opper-vlakte moesten hebben. Dit algemeen gebruik voor antieke en gesneden steenen, is thans uit de mode geraakt. In den ouden tijd schijnt de grootste waarde der juweelen bestaan te hebben in hunne kleur, en hunne doorschijnendheid werd niet als vol-strekt noodzakelijk beschouwd.
Nu is de smaak veranderd; geen juwelier zou het durven wagen smaragden op nieuw te zetten, uit ouderwetsche massief gouden oorringen genomen, wijl zij geheel dof en dus zonder waarde zijn. Ingevolge de hedendaagsche vraag naar doorschij-nendheid en glans, is eene Engelsche onderneming, welke de beroemde mijnen bij Cosseir aan de Roode Zee begonnen had te ontginnen, bankroet gegaan. Men vond wel smaragden, doch zij waren dog en vonden dus geene koopers.
Op een’ lateren datum, toen heldere steenen meer en meer wegens hun glans geschat werden, ontdekte men dat deze laatste zeer verhoogd werd door eene effen oppervlakte te slijpen, daar de kleur van een’ steen het best uitkomt door eene ronde snij-ding terwijl het licht schitterender wordt teruggekaatst door vlakke ruiten. Oorspronkelijk werden de natuurlijke vlakken der kristallen alleen geslepen, zooals men zien kan aan de dia-manten waaruit de agraaf van KAREL DEN GROOTE bestaat, die zoo lang in de schatkamer van St. Denis bewaard is gebleven.
Na eenige tijd werd het steensnijden een geregelde handel. Op het einde der dertiende eeuw had men te Parijs een steen-snijdersgild; en in de volgende wordt melding gemaakt van de Neurenbergsche diamantslijpers, zoowel als van regelmatig ge-slepen diamanten. Op een schitterend feest, dat de Hertog van Bourgondië in 1403 aan den koning van Frankrijk en diens hof gaf bood men den edelen gasten elf diamanten aan, die hoewel onvolkomen geslepen, 800 gouden kroonen het stuk waarde hadden. Tot aan dit tijdstip werden gekleurde steenen veel hooger geschat dan diamanten; doch nadat LUDWIG VAN