De Gracieuse 1863 | Page 125

OVER EDELGESTEENTEN. 117

II. HET SLIJPEN DER EDELE STEENEN.

Oude manier van juweelen te zetten. – De agraaf van KAREL DEN GROOTE. –

Gekleurde steenen. – De eerste diamantslijpers. – De handel in Amster-

dam. – De Koh-i-noor en de Ster van het Zuiden. – Technische termen. –

Wijzen van slijpen. – Gebreken in Steenen. – Half echte diamanten. –

Handelslisten.

Hoewel de waarde der edele steenen natuurlijk af- en toeneemt met den welvaart der maatschappij, zijn zij toch eene blijvende behoefte gebleven voor de hoogere klasse, en even noodzakelijk als de tonnetjes der zijdewormen; het is evenwel opmerkens- waardig welk eene hooge waarde men aan deze voorwerpen hecht. Er zijn menschen geweest, (en zoo bestaan ze er nog) die voor schoone steenen ter grootte van eene hazelnoot, sommen be- taald hebben, waarvan alleen de interesten een gansch huisge- zin zouden kunnen onderhouden. Geen andere artikelen zijn ooit zoo hoog in prijs gestegen.

De schoonste bloem, het edelste dier, de kostbaarste gewe- ven stoffen, goud en zilver, dit alles moet in waarde, onder- doen voor deze kleine steenen. Klaarblijkelijk is het echter dat hunne waarde afhangt van de duurzaamheid der hoedanigheden welke hun die algemeene achting verzekerd hebben. Zij verblee-ken nog sterven en verslijten niet door het breuik. De groo- tere steenen die sedert eeuwen her bekend en beroemd zijn, hebben niets van hunne schoonheid verloren. Ditzelfde kan men onmogelijk zeggen van eenig ander artikel, hetzij kunst- of na-tuurgewrocht.

De glazen kolf die de scheikundige bij zijne proeven gebruikt, bevat dikwijls zulke schitterende en schoongekleurde kristallen, dat geen edele steen er bij halen kan. Het zou voortreffelijk zijn zich zelven of anderen daarmeê op te schikken, doch het is ondoenlijk. Deze teedere, broze zelfstandigheden zouden niet tot een’ behoorlijken vorm gebragt kunnen worden; en al ware dit het geval, zouden de meesten toch te veel van het licht en