116 OVER EDELGESTEENTEN.
waren, weder te voorschijn, en begon men smaak in oudheden te krijgen. Als een teeken des tijds melden wij, dat het weêr in de mode kwam ringen aan de teenen te dragen, en de ge- vierde schoonen wandeldenmet romeinsche sandalen in de open-bare tuinen, waardoor zij hare met edele steenen versierde voer-ten konden vertoonen. Onder het Keizerrijk begon de juweliers-kunst langzamerhand te herleven, hoewel de gewaande smaak voor oudheden nog de overhand behield.
Eenvoudige ringen, koralen, gespen en camées waren aan de orde van den dag, en de parelen begonnen ook in de mode te komen. Met de Restauratie verschenen ook de diamanten weder; doch de adel had zóó weinig vna zijne vroegere schatten over-gehouden, dat men verpligt was zijne toevlugt tot gekleurde steenen te nemen.
De edelgesteenten verkregen bij onze naburen, gedurende het tweede Keizerrijk weder den voorrang; en de pracht van dia-manten aan het Keizerlijke hof is verwonderlijk, wanneer men bedenkt in welk een kort tijdsbestek zij verzameld zijn. Door geheel Europa zijn de juweliers bezig met nieuwe wijzen van zetten uit te vinden, zoo als op de Groote Tentoonstelling ge-bleken is; doch wij vinden niet, dat hunne uitvindingen gelijken tred gehouden hebben met den algemeenen smaak dezer eeuw.
Integendeel, de kwaliteit wordt maar al te dikwijls aan de kwantiteit opgeofferd; en de in het oog vallende attentie die men bewijst aan de ouderwetsche nabootsingen vna Signor CAS-TELLANI, bewijst dat de dragers van juweelen zelven het gebrek opmerken en met blijdschap eene verandering daarin zouden begroeten. Enkele voorbeelden van de laatste groote tentoon-stelling helden naar een meer zuiveren en beschaafden stijl over; doch in den regel, liet het zetten van edele steenen, die in zich zelven bijna geen waarde hadden, veel te wenschen over, zoowel van de Engelschen als van de Franschen bearbeiders.