OVER EDELGESTEENTEN. 111
natuur- en kunstwonderen, waaronder wij in ’t bijzonder een schaakbord vermelden, welks vakjes van goud waren, ingelegd met juweelen; drie en dertig kroonen van paarlen; den broem-den gouden wijngaard 1) van ARISTOBULUS, die door JOSEPHUS op ongeveer 100,000 pond St. geschat wordt; den troon en schepter van MITHRIDATES, en zijn’ van goud en edelgesteenten schitterenden wagen, In het gouden huis van NERO waren de paneelen van paarlmoer, met goud en juweelen ingelegd; doch onder de regering der ANTONINEN bereikte die weelde haar hoogsten top zoo als een uittreksel van PLINIUS aantoont: – “Ik heb LOLLIA PAULINA, de gemalin van keizer CALIGULA gezien, op een gewoon verlovingsfeest. Zij was bedekt met smaragden en paarlen, die haar hoofd, haren hals, hare armen, handen en haren gordel versierden, terwijl zij in dier voege geschikt wa-ren, dat zij elkanders glans op het best deden uitkomen; deze kostbaarheden werden gewaardeerd op 40,000 sestertien (336,000 pond St.) hetgeen de keizerin dadelijk met de quitantiën bewij-zen kon.”
De Grieksche en Romeinsche juweliers toonden veel talent in het zetten van edele steenen, en wij lezen, dat de dames van dien tijd nog meer waarde hechtten aan de kunstbewerking dan aan den innerlijken prijs der voorwerpen. Een belangrijk toiletartikel waren de haarnaalden, die men zich met buiten-sporige onkosten verschafte: zoo lezen wij onder anderen van eene die voor 10,000 pond St. verkocht werd. De dames droe- gen gewoonlijk haar halssnoer eenige malen om den hals ge-wonden, terwijl het met een prachtigen camée vastgemaakt werd. De armen en polsen der Romeinsche dames waren bela-
1) Een oud geschiedschrijver, STRABO VAN KAPPADOCIE beschrijft dit kostbare stuk op de volgende wijze: “Daar kwamen gezanten uit Egypte, die POMPEJUS eene kroon, wegende vier duizend stukken gouds, aanbeden; en andere bragten hem uit Judea een’ wijngaard of tuin van goud; welken men Cerpolis, dat is “genoegelijk” noemde. – Dit kostelijk geschenk, zegt STRABO, heb ik te Rome gezien in den tempel van JUPITER KAPITOLINUS, met dit bijschrift: ALEXANDER, koning der Joden; en het werd op vijfhonderd talenten gewaardeerd. Men zegt, dat het door ARISTOBULUS, vorst der Joden, gezonden was.