De Gracieuse 1863 | Page 117

DE ZONDAG. 109

Elke Sabbath herinnert ons SAMUEL, en heft als deze boven het hoofd van SAUL ook boven onze hoofden de olie, sprekende: “Gij nu sta stil, opdat ik u verkondige wat God heeft gezegd.” – Welk een Sabbath was de eerste: Het paradijs was de kerk, God zelf de prediker, de toehoorders heilige menschen, het ge-zang de hymne der gansche schepping. En vinden wij onder alle volken der aarde heilige dagen terug, als sporen van het verloren paradijs, zoo vraag ik, wat ware de wereld zonder den Sabbath? Geene klok riep dan met heilige toonen van de aarde naar Boven; geen tempeldeur zou zich openen; geen heilig ge-zang u op zijne vleugelen opwaarts ten hemel voeren; geheel ons leven zou eene mengeling zijn van alledaagschheid en ellende. Tusschen den eersten Sabbath in Edens hof en den laatsten grooten Sabbath in het nieuw en onverliesbaar paradijs staat elke Sabbath dien wij vieren, en roept: Gedenk den Sabbath die eenmaal gevierd werd, en den Sabbath die later zal gevierd worden! Arm is het leven, dat die beide dagen vergeten kan!

“Gedenk” – dit woord zij ons allen ten opgeheven vingen; maar die vingen behoort aan eene vaderhand – en hoe vrien-delijk is de hand, het hart en het huis van dien Vader, die ter eeuwige Sabbathviering ons voeren wil.

Soms heb ik mijzelven in oogenblikken van moedeloosheid af-gevraagd, waartoe het ons dient om goed te leven; nu weet ik ten minste één groot nut daarvan, en dat is – dat men dan straffeloos kan oud worden. Is men jong dan kost het vaak moeite om zijn pligt te doen, men vindt de taak zoo zwaar en den dag zoo lang; maar later, wanneer de jaren de driften heb-ben gekoeld, oogst men wat er gezaaid werd. Al onze moeiten en inspanningen worden ons beloond, door een goeden naam, door welvaart, door zelftevredenheid. En dan ons huisgezin – wij zien het de zoete vruchten genieten van al onze verleden zorgen; al ware er geene andere belooning, dan immers zou deze alleen voldoende zijn om ons te doen zeggen dat God het wél met ons heeft gemaakt.