De Gracieuse 1863 | Page 111

CONSTANCE CHORLEY. 103

Allen keken KRIS en zijnen vader aan om den indruk waar te nemen dien deze raad op hen maakte. De zoon bewoog zich niet, de oogen bleven dof, zelfs de welgemeende wartaal van zijn tante kon geen lachje op zijn gelaat te voorschijn roepen. De vader leunde met den elleboog op tafel, en de heldere zwarte oogen blikten onderzoeken en ernstig in de onvaste grijze van den zwager.

“Wat meent gij, HUMPHREY STANDISH,” hernam hij zacht verwijtend. “Waarom noemt gij de talenten die God mijn jon- gen geschonken heeft, dwaasheden?”

“Omdat het schijnt dat zij hem terughouden om zich op een eerlijk beroep toe te leggen,” bromde STANDISH.

“Zacht wat STANDISH, ik geloof dat ge u vergist,” zeide oom VALLON eenigzins opgewonden. “Als jongen dacht ik altijd, en dit denkbeeld is met mij oud geworden, dat, om een beroep goed in den grond te kennen, men eenig verstand van allerlei vakken hebben moet. En toch stem ik toe, dat het heel moeijelijk is voor hem te kiezen; ik ben ook haren lang bezig geweest om daarmede klaar te komen.”

“En misschien zijt ge dan al tot een besluit gekomen?” vroeg de Landheer kortaf, “nu dan deedt ge beter het ons te zeggen dan ons om een raad te vragen dien ge zeker even gaauw weêr verwerpt.”

“Ja HUMPHREY ik ben beslist,” dus klonk het even kalme als vaste antwoord.

“JAKOB VALLON had een besluit genomen in zulk een gewig-tige zaak vóór dat er een familie-diner had plaats gehad. Vader, zuster, zwager, zelfs zijn eigen vrouw en KRIS, allen waren verstomd en in gespannen verwachting van hetgeen volgen zou. Zoodra hij zich eenigzins hersteld had vroeg STANDISH: “en welke keus is door u gedaan?” Ieder behalve KRIS zag vragend naar oom VALLON. De wagenmaker hoestte en kuchte alsof hem iets in de keel zat dat er niet best door wilde, en dat gedeelte van zijn gelaat dat niet in de stijve staande boord verborgen was, werd beurtelings wit en rood. KRIS bemerkte te midden zijner spanning zeer goed dat LEENTJE in haar vuistje lachte om de dwaze houding die zijn vader juist nu aannam, de handen kramp-