CONSTANCE CHORLEY. 101
“KRIS deed zich deze vragen, en een trotsche, met moeite bedwongen geest van opstand, tegen wie of wat wist hij zelf niet, rees op in zijn binnenste.
Bij deze diners had men de gewoonte eerst wat te eten om den grooten honger te stillen, alvorens men aan de zaken begon. Dit gebeurde ook nu, en toen men tot het tweede geregt ge- komen was, stond grootvader VALLON op, en leidde door eene toepasselijke aanspraak de aandacht op de reden hunner za-menkomst. Het werd KRIS zonderling te moede, en een waas rees voor zijne oogen, toen grootvader zijne verbrande vuisten op de tafel legde en daarop steunde, messen en vorken ophiel-den te kletteren en alles doodstil werd. HUMPHREY STANDISH, ver-scholen achter het groote stuk rundvleesch dat voor hem stond leunde met beide armen op de tafel, jufvrouw STANDISH lei nadenkend den wijsvinger tegen het voorhoofd als wilde zij daar-mede te kennen geven dat zij hare groote verantwoordelijkheid gevoelde, terwijl jufvrouw VALLON genoeg te doen had met ha-ren kleinen jongen stil te houden, die meenende dat zijn groot-vader hem riep, regelregt over de tafel naar hem toe wilde kruipen.
“HUMPHREY STANDISH,” aldus begon de oude VALLON zijne toespraak, hij zag evenwel den kastelein niet aan, maar hield steeds zijn schoonzoon in het oog, die hem aanmoedigde door te knikken of wel door een halfluid uitgesproken “regt goed, ja juist, ja juist.” “HUMPHREY STANDISH, volgens oude overge-leverde gewoonte –”
“Ja, ja regt zoo,” zeide oom VALLON met hetzelfde goedkeu-rende knikje.
“Is mijne familie overgekomen om te beraadslagen over eene omstandigheid of een vak van werkzaamheid –”
Hier hield hij op, en JAKOB vragend aan.
“Ja, ja het doet er niet toe; ga maar voort vader, omstan- digheid of vak van werkzaamheid.”
“Van groot belang voor beide gezinnen.”
“Och ja,” viel jufvrouw STANDISH hem hier zeer aandoenlijk in de reden, en veegde hare oogen toen zij naar LEENTJE en KRIS henen zag. Vervolg maar grootvader.”