CONSTANCE CHORLEY. 99
van zijnen schoonbroeder te trekken, en noodigde hem uit zijne pijp in de achterkamer te gaan rooken. KRIS zag dit en sprak half in zich zelven en half tot DUKE die juist in het karretje klom om door JAAP rondgereden te worden “daar gaan zij uw lot voor ù beslissen.”
Weldra was de disch gereed en door de kleine meid aange-kondigd, en uit slaap- en zitkamer snelde het gezelschap toe.
“Waarom steekt jelui de hoofden zoo bijeen?” vroeg oom VALLON, toen hij vrouw en zuster zamen zag fluisteren. “Nu dat zal wel niet veel goeds zijn, daar houd ik het voor.”
“Mis, wij bespraken of gij er iets tegen zoudt hebben dat deze kleine vreemdelingen met ons aanzaten, dan kunnen zij ook lekker warm eten?”
“Ik niet, ik niet, zoo KRIS er niet tegen is.”
KRIS kon zich niet weêrhouden even te glimlagchen, toen hij zich tegenover DANIEL CHORLEY’s kinderen plaatste, en daarbij dacht wat die oude Heer wel zeggen zou zoo hij wist dat het zijnen zoon, die zoo weekelijk en zoo teêr was opgevoed, als een gunst werd toegerekend aan dezelfde tafel te mogen zitten met een’ wagenmaken en een’ herbergier. Allen namen plaats en groot-vader sprak den zegen uit. HUMPHREY STANDISH in zijn Zon-dagsch peper-en-zout-kleurig pak zat boven aan de tafel, bezig zijn voorsnijmes te scherpen: zijne vrouw gedoscht in geele zijde met bruine linten op de muts had hij aan zijne regter- en jufvrouw VALLON in zwart satijn met een lief blonde mutsje met zacht blaauw lint op, aan zijne linkerhand. Naast haar was het kind, dan DUKE, vervolgens CONSTANCE geplaatst. Ook VALLON met grootvader, LEENTJE en KRIS sloten zich aan jufvrouw STAN-DISH aan.
Sedert de beide families door huwelijken aan elkaar verbon-den waren, was het onder hen de gewoonte geworden om bij elke gewigtige aangelegenheid een raadplegings diner te houden in Voerlui’s rust. KRIS herinnerde zich vele zulke maal-tijden meest alleen om zijnentwil gehouden, maar hij kon er zich geen te binnen brengen, waarbij hij niet altijd meer belang gesteld had in hetgeen er onder die blinkende schaaldeksels ver-borgen was, dan in de dikwijls zeer vervelende en langwijlige