De Gracieuse 1863 | Page 106

-

98 CONSTANCE CHORLEY.

van den kleinen jongen, en naast haar stond de vioolkist, waar-door grootvader bijna geheel verborgen werd.

“Wel vader,” zeide KRIS toen het paard na veel schrapen en stampen om vasten grond onder de pooten te vinden, eindelijk stil stond, “zijt ge niet bang opgebragt te worden voor zulk hard rijden op zulk eene halsbrekende manier en dat nog wel op Zondagmorgen?” Zijn vader sprong met de zweep in de hand naar beneden, en gaf tegelijker tijd zijn zoon een duw in den rug terwijl hij antwoordde:

“He, KRIS, komen wij laat? Hoe vaar je STANDISH? Prach- tig weer!”

“Heel wel, dank je JACOB; en hoe maak jij het? en de schoonbroeders schudden elkaar de hand, terwijl jufvrouw STAN-DISH, LEENTJE en de kleine meid een aanval op het kind deden.

“Zoo wij wat laat zijn, MARGARETHA,” zeide oom VALLON tot jufvrouw STANDISH, toen deze hare schoonzuster uit de kar hielp, “moet gij dit het kind wijten, maar EEF zal u wel alles vertellen.”

“Wel,” viel jufvrouw VALLON hem verontschuldigend in de reden, “ge moet dan weten dat wij altijd op het kleintje re- kenen om ons te wekken, en daar verslaapt hij zich nu van morgen! en later moesten wij zoeken naar een zijner roode schoentjes dat hij verstopt had in den toon van zijns vaders laars; maar ik hoop nu toch maar niet dat uw eten door ons bedorven is, MARGERATHA lief?”

“Heer, neen kind,” waar is nu die meid? LEENTJE breng uw tante naar boven om zich op te knappen en zie of er handdoe-ken zijn en spelden op het kussen, dan ga ik onderwijl het eten opbrengen. Ga in de kamer met JACOB, STANDISH waarom ziet JAAP niet naar de kar? het is wat te zeggen, ik houd een stalknecht, geef hem al wat hem toekomt, voed hem met het vette der aarde, en hij – hij ligt in den stal van den morgen tot den avond.”

“Hei daar, wie hebben we hier,” zeidde oom VALLON en lei zijne hand op het blonde hoofd van DUKE.

De gastheer keerde zich om, kuchte ten einde de aandacht