CONSTANCE CHORLEY. 95
“En dat voor mij, voor mij KRIS!”
“Wel nu,” voegde hij haar lagchende toe, “ik denk niet dat het minder pijn zou gedaan hebben als het voor een ander ge-weest ware. Maar wat bedoelt gij met dien nacht?”
“Gij vraagdet mij of ik vertrouwen in u stellen kon, en ik wilde u juist antwoorden dat gij de eenigste op de wereld zijt op wien ik mijn hoop bouw; want gij alleen waart het, die het der moeite waard rekendet uw leven voor mij te wagen.”
“Wel nu,” hernam KRIS, als dit zoo is, dan Pop . . . . . CON-STANCE meen ik, moet gij mij ook alles vertellen; want uw eigen verstand zal u zeggen dat ik onmogelijk uw vriend kan zijn, en u helpen zoo als ik gaarne wil, zoo lang ik in deze dub-belzinnige positie tot uw vader en mijn oom blijf, daar ik ze eigenlijk beide te gelijk bedrieg.”
Met droeve vastberadenheid antwoordde zij: “alles wat ik u vertellen kan is dit: dat ik voor hem” – en zij wees naar DUKE die onder het zingen het scheepje weggenomen en te water gebragt had, – “dat ik voor hem werken en hem groot bren- gen moet. Wij hebben geen thuis, geen vader; ja ik weet wat gij zeggen wilt, hij leeft, maar niet voor ons; neen KRIS neen, niet voor ons! wij zijn alleen op de wereld!”
“Als dit alles is wat ik hooren mag, dan kan ik u niet helpen.”
Op het hooren van die woorden sprak er uit die naar de ri- vier turende, betraande oogen zoo veel angst en wanhoop, dat KRIS dadelijk berouw had over den toon waarop hij die woor-den gezegd had.
“O KRIS, KRIS. Gave God dat er zoo lang de wereld bestond niet gelogen was, dan zou het niet in u opkomen om ooit een oogenblik te twijfelen aan de waarheid van hetgeen ik u zeg, dat, zoo zeker als die rivier daar aan onze voeten stroomt, zoo zeker als er een God in den hemel is, ik niet om eenig misdrijf zoo ver gebragt ben. Was dit zoo, had ik alleen om mij zelve huis en vader verlaten, dan zou ik dit alles niet ver-dragen hebben, maar ware lang reeds teruggekeerd. Neen ik zou u niet zoo dankbaar zijn voor onze redding, haten zou ik u, omdat gij mij de gelegenheid benaamt tot sterven!”