94 CONSTANCE CHORLEY.
naauw sluitende jurk en zwarte haren die de wind allen naar éénen kant woei, waardoor de scherpheid harer trekken des te sterker uitkwam, bij eene fée vergeleken. Nu hij haar aanzag zonder te weten of hij haar verdriet of genoegen had aange- daan, ontmoette zij zijnen blik, en op den steen nedervallende bedekte zij haar gelaat met beide handen en snikte zacht. KRIS was verlegen; hij had nooit eene zuster gehad, en had daardoor volstrekt geen verstand om met kleine meisjes om te gaan. Over het algemeen vermeed hij ze dan ook maar; LEENTJE alleen maakte eene uitzondering, maar zij was ook twee jaren ouder dan hij en had een kalm en eenigzins traag gestel, en bragt hem dus nooit in verlegenheid. Dit zuchten en deze tranen be-wezen een hartstogtelijk karakter en ofschoon ze KRIS troffen en beangstigden, had het toch door het vreemde en nieuwe zijne eigenaardige aantrekkelijkheid voor hem. Hij zag de jeug-dige gestalte die hij tweemalen voor dood in de armen gedragen had, naar hem voorover gebogen. De wensch om het geheimzin-nige dat haar omgaf te doorgronden, ontstond in zijne ziel en die wensch was te krachtig dan dat alleen nieuwsgierigheid hem zou gewekt hebben. Hij herkende naauwelijks zijne eigene stem, toen hij haar op den schouders tikkende vroeg –
“Wat scheelt er aan? waarom vertelt gij het mij niet?”
CONSTANCE bewoog zich niet, maar de zachte teere toon waarop KRIS die woorden sprak, drong door tot in het diepst van haar hart en deed er kalmte in nederdalen, zulk een kalmte als eens neerdaalde op de door storm bewogene zee na het kracht-woord van den Magtige: “Zwijg, wees stil!” Zou zij die stem meer hooren, diezelfde stem even zacht, even liefelijk, even be-moedigend, ofschoon wel wat onvast! Zij bleef stil zitten wach-ten, bevende maar gelukkig.
“Kom, laat mij u helpen. Kunt gij mij niet vertrouwen?”
Zij hief het hoofd op haar gelaat nat van tranen, maar glin-sterende van genoegen en zag hem aan.
“KRIS herinnert gij u dien vreeselijken nacht?”
“Zie,” zeide KRIS en hij stak haar de hand toe.
Hare lippen werden wit en trilden, toen zij de half geheelde brandwond daarin zag.