DE EETZALEN DER ROMEINEN. 89
nen voor te zetten, – ook de kamer waar men zich aan de tafelvreugde wijdde, werd met eene weelde ingerigt, welke die der overige vertrekken, hoe rijk ook uitgedoscht, verre overtrof.
De eetzaal was bij de Romeinen doorgaans versierd met wa-penen en zegeteekenen, als eene herinnering aan de voorvaderen van den gastheer, die zich in den oorlog hadden onderschei- den, – en welk Romein kon zich op de zoodanigen niet be-roemen? Kostbare fresco-schilderijen staken in wonderbaren glans af bij de donkere wanden, die bovendien nog versierd waren met frissche bloemenslingers. De vloer van mozaïk – doorgaans een overheerlijk werk van kunst en geduld – was in overeenstemming met de prachtige zolderingschilderijen, die meestal landschappen voorstelden. Somtijds schiep ook hier de werktuigkunde hare wonderen; zoo was b. v. in NERO’S gouden paleis de zoldering van de eene eetzaal een gewelf, geheel be-staande uit beweegbare ivoren balden, uit welke welriekende wateren vloeiden en bloemen op de gasten nedervielen. Eene andere eetzaal in hetzelfde paleis had tot zoldering eenen be-weegbare koepel, die de wisseling van dag en nacht, benevens den loop der sterren voorstelde. Op lage kussens leunden de gasten in half liggende houding aan de tafels, die eveneens laag bij den grond en met de heerlijkste spijzen bedekt waren.
Geleerden of dezulken, die er zich het voorkomen van geven wilden, plaatsten boeken of perkamenten rollen aan de eene zijde der eetzaal. Het was algemeen in gebruik, dat men gedu-rende den maaltijd naar de voordragt van gedichten voor de vuist uitgesproken luisterde of zich ook wel liet voorlezen. ATTICUS had altijd eenen voorlezer bij zich JUVENALIS be- looft aan eenen vriend, wien hij ter maaltijd noodigt, dat hij aan tafel het vermaak zal hebben, verzen van Homerus en VIRGILIUS te hooren voordragen. Ook mimische voorstellingen van danseressen droegen niet zelden bij tot verhooging der tafelvreugde.