ISABELLA VAN SPANJE EN ELISABETH VAN ENGELAND. 83
voor haar, maar haar hart scheen den troost der godsdienst niet te gevoelen. Zoo stierf zij op den 24sten Maart 1603 bijna eene eeuw later dan ISABELLA. Met regt zegt PRESCOTT, die ook eene onpartijdige vergelijking tusschen beide merkwaardige vorstinnen maakte, “de mannelijks geest der engelsche koningin staat door zijn gemis van de zachtere eigenschappen van het vrouwelijke geslacht hoog boven zijn natuurlijk standpunt, ter-wijl die van hare mededingster, gelijk een groot maar geregeld gebouw, op het eerste gezigt iets van zijne grootheid verliest, juist door de volkomene evenredigheid zijner onderdeelen.” Hoe waar ook deze opmerking van den amerikaanschen geschied-schrijver is, zoo bevat zij toch bij lange na niet de geheele waarheid, want niet het gebrek aan zachtere eigenschappen al-leen, maar ook het aanwezig zijn van de slechtste hoedanighe- den in het karakter van ELISABETH heeft het harde oordeel geregtvaardigd, dat de nieuwere, onpartijdige geschiedenis reeds over deze vorstin is beginnen te vellen, terwijl ISABELLA door de vertegenwoordigers van bijna alle rigtingen in en buiten Spanje gelijkelijk vereerd wordt.
Veel kleintjes maken een groote.
Dit spreekwoord is niet minder waar en verdient evenzeer in acht genomen te worden als een ander vrij gelijk van beteekenis, dat luidt: die het kleine versmaadt, is het groote niet waard. Menig ongelukkige, als hij terugziet, moet bekennen dat het verwaarlozen van kleinigheden de oorzaak van zijne armoede geweest is. Onbedachte woorden en uitdrukkingen, zonder naden-ken door eene vrouw gesproken en terstond daarna weder verge-ten, kunnen het ongeluk van haren man en haar huisgezin ten gevolge hebben. “Die of die gaat achteruit,” hoorde men eeni- gen tijd geleden zeggen. Ja, maar het was het dwaze gebabbel van zijne vrouw dat zijne zaken deed stilstaan. Zij had vergeten dat de kleine dingen, die men woorden noemt, zooveel kwaad kunnen doen. Zoo is het ook met onbedachte daden; een tijd lang zal men misschien niet bespeuren hoeveel kwaad zij doen,