De Gracieuse 1862 | Page 365

en verbindt den laatsten aan den eersten steek. Daar de bloesem 5 blaadjes heeft, wordt voor elk blaadje één kettingsteek genomen; men werkt dus in elken ket-tingsteek het volgende: 1 vaste steek, 1 half stokje, 1 stokje, 1 stokje met 2 maal omslaan, 1 stokje, 1 half stokje en 1 vaste steek. De stofdraadkelk ver-vaardigt men van gele zijde. Men windt daarvoor de gele draad eenige keeren om den vinger van de linkerhand, strijkt de hierdoor ontstane ring van den vinger af en steekt er een zeer dun ijzerdraad door, draait dit in elkander, zoodat nu de gele draden er in vast zijn en men het ijzerdraad voor eenen steel gebrui-ken kan; vervolgens snijdt men de draden zorgvuldig door, zoodat hierdoor eenen

Eene pop met porceleine kop, 20 duim lang, of daaromtrent, een klein mandje, naaigereedschap, verschillende stof om de pop kleeden en een looden stander.

De afbeelding van deze kleine pop geeft onze lezeressen een nieuw idée van een plomb, welke tevens gebruikt kan worden voor naai-nécessaire. De kleeding van de pop is zoodanig inge-rigt, dat men alle naaibehoeften daarin, of ten minste daar aan, kan aanbrengen, terwijl de stander waaraan de pop be-vestigd wordt van lood gemaakt is en al-zoo voor plomb kan dienen.

Ons origineel is behoorlijk aangekleed, met hemd, broek en twee rokken; ver-

zaadkelk van stof- of meeldraden ge-vormd is. De steel van den kelk steekt men door de opening van den bloesem heen en omwindt hem met groene zijde.

Bloesem en vruchten worden volgens de afbeelding in den moskrans verdeeld. Vervolgens bevestigt men van boven een haakje voor het horologie, en van achteren eenen kleinen ring om aan op te kunnen hangen.

Naar de beschrijving hiervan ziet men dat het mos ook zeer geschikt is voor fla-con- en lampenkleedjes, of tot vulling voor een bloemenmandje. Wil men de krans grooter of voller maken, dan zet men voor de reepen meer steken op, of neemt 3 à 4 reepen om voor den rand te gebruiken.

der een blaauw mouselinen rokje met 4 smalle fluweelen lintjes gegarneerd, welke zoo lang is dat het, wanneer de pop aan de plomb bevestigd is, dezen bedekt; verder een ruim wit neteldoeks lijfje met wijde korte mouwen; aan de hals van het lijfje een smal zwart fluweelen lintje; een zwart zijden boezelaar, met twee flu-weelen zakjes, tot berging van den vin-gerhoed en van pakjes naalden, bretelles van smal geplooid zwart satin lint en een smal zwart fluweelen lintje om de handen. Op het hooft een kanten muts, waarop een mandje dat voor speldenkussen dienen kan, verder een gehaakt taschje van grijs touw, waaraan een gehaakt bandje dat over den schouder hangt, waarin de

HANDWERKEN EN MODES. 77

EENE POP ALS PLOMB-NAAI NÉCESSAIRE.

(Plaat XXIII.)