De Gracieuse 1862 | Page 364

Vier of vijf kleuren mosgroen, twee bruinachtige moskleur en poncean se-phirwol; wit haakgaren No. 40 of 50, groene filozelle, geele dikke naaizijde, rood laken en karton.

Hoewel het mos breijen een werk van vroeger dagen en door andere werken verdrongen is geworden, willen wij het toch niet verwerpen – daar het voor vele werken zeer geschikt is – en dus het mos zijne waarde wedergeven en op nieuw invoeren. Voor flacon- en lampenkleedjes of voor mandjes etc. staat het zeer lief.

De hrologiehanger welke wij hier beschrijven is van rood laken, met eene krans van mos er om heen, en versiert met aardbei-bloesem en vruchten.

Tot vervaardiging van dezen mos-rand neemt men de 4 of 5 groene en 2 bruine kleuren, zet met deze 6 of 7 draden als ware het één draad, 14 steken op fijne stalen breinaalden op, en breidt zoo stijf mogelijk, altijd regt heen en weder, eenen reep van 14 steken breed en 21 duim lang. Deze reep af-gebreid zijnde, legt men hem op eene zeef, welke men op eenen pot zet die met goed kokend water gevuld is, waarna men hem stevig digt stopt. Is deze reep door den damp van het water goed doorgetrokken, dan legt men hem tusschen zwaar kardoes papier en strijkt hem met een strijkijzer zoo lang tot dat het goed droog en plat is. Hierna snijdt men den reep in de lengte midden door, haalt van beide einden de steken tot

aan den kant of zijsteek uit, zoodat het nu losse gekrulde draden zijn, vervol-gens maakt men dezen dikken draad weder tot enkele draden, door ze van elkander te halen, opdat het daardoor meer het voorkomen van mos zoude verkrijgen.

Dit verrigt zijnde snijdt men van karton een cirkel van 7 duim in door-snede, overtrekt hem met rood laken, naait dan de beide reepen aan den bui-tenkant op het karton, zoodat hierdoor een dikken mosrand gevormd wordt, doch zorge vooral dat het naaisel in het midden niet zigtbaar wordt.

De aardbeijen worden van roode se-phirwol met vaste steken gehaakt, waarbij men gedurig door de geheele steek van den voorgaanden toer steekt. Men zet hiervoor 3 steken op en maakt het tot eene rondte, werkt spiraalvormig, nu en dan een steek meerderende, tot men de halve grootte heeft; dan mindert men langzaam weder af, zoodat het den vorm van een aardbei verkrijgt. Voordat men geheel heeft afgeminderd, vult men haar met watten op, maakt haar dan van onderen digt en laat een kort eind van den rooden draad voor den steel, hangen; werkt daarna met den langen steek van groene filozel de kelk-bladen aan de aardbei, laat de roode draad in het midden door die bladeren hangen en naait haar dan met den rooden draad in den moskrans vast.

Voor de bloem of bloesems zet men met het witte garen 5 kettingsteken op,

76 HANDWERKEN EN MODES.

HOROLOGIE-HANGER.

(Plaat XXII, Fig. 2. Brei- en haakwerk).