De Gracieuse 1862 | Page 355

HANDWERKEN EN MODES. 67

KANTEN KWASTEN.

EEN KANTEN KWAST.

zijde gewerkt; dan volgt er eene witte streep van 8 toeren breed, die in den vier-den en den vijfden toer kleine gele moesjes heeft; die moesjes vormen zich daardoor, dat men in de genoemde beide toeren den 4den en 5den steek na elke mindering, met gele zijde werkt. Na de 8 witte toeren volgt 1 toer geel, 1 toer zwart, 1 toer geel, 8 toeren rood, 1 toer geel, 1 toer zwart en 1 toer geel, waarmede de beurs af is.

Men voert het beursje met witte zijde, waarvoor men eene rondte knipt van

De tegenwoordige mode heeft de kanten kwasten gemagtigd. om te wedijveren met de zware zijden en wollen kwasten die verscheidene jaren te zamen dat voor-regt mogten deelen. Ofschoon deze nieuwe kwasten in duurzaamheid bij de vroegere mogen achterstaan, zoo durven wij even-wel zulk een bevallig tooisel voor man-

Voor deze kwast neemt men witte kant, welke 10 duim breed en 36 duim lang is, naait de beide einden aan elkander, haalt de kant van boven met ruimte in, maakt eene lus van dun zwart zijden koord van zes duimen lang en beves-tigt de kant daaraan. Daarna neemt men zwarte kant van 6½ duim breed en 30 duim lang, zooveel mogelijk in overeen-stemming met de witte kant; maakt deze

ruim 13 duim in doorsnede, die men tegen den kant van het gehaakte naait, doch zoo dat de plooijen niet uitrekken, maar los over de voering hangen. Aan de punten der plooijen wordt nu de beurs aan een stalen knipje, dat met gaatjes voorzien is, vastgamaakt. Aan het mid-delste gaatje van het knipje naait men de middelste plooi van het beursje vast en verdeelt overigens de plooijen gelijk, op-dat er aan de eene zijde niet meer ruimte komt, dan aan den anderen kant.

telets, capuchons enz. in de toekomst ook op zijne beurt heerschappij beloven. Wij zullen onze lezeressen een lief mo- del mededeelen. Het hangt overigens veel van den smaak der dames zelven af, om verscheidenheid in deze kwasten te bren-gen, daar zij zeer gemakkelijk te ver-vaardigen zijn.

ook digt, haalt haar even als de witte kant van boven in, en maakt de zwarte kant 1 of 1½ duim beneden het bovenste ge-deelte der witte kant vast. Het over-geblevene gedeelte der witte kant, boven de zwarte kant, dat dan kop van den kwast uitmaakt, overtrekt men met eenen kleinen dof van effen of gewerkte zwarte zijden tule.