Paarsche en zwarte chenille zonder ijzerdraad en 2 zeer dikke houten breinaalden.
In dezen doek vinden onze lezeressen zonder twijfel een elegant en degelijk kleedingstuk; daar de stof waarvan men hem vervaardigt zeer geschikt is voor een goed toilet, en ook bijzonder ligt en voegzaam is, durven wij hem met regt aanbevelen.
Deze doek is van voren en van ach-teren even lang. De chenille, welke men er voor gebruikt, wordt bloemenchenille genoemd; daar het werk vooral niet te stijf gebreid moet worden, hebben wij geen nommer van naalden opgegeven wijl dit van de werkster afhangt.
Men zet met de paarsche chenille 207 steken op, (dat voor de wijdte van onderen van den doek is). Het werk wordt heen en weder gebreid.
De rand.
Zwarte chenille. 1ste toer (dit is de regte zijde van het werk) * minderen, 2 regt, omslaan, 1 regt, omslaan, 2 regt, minderen *, herhaal van * tot * nog 22 maal.
2de toer. Averegts. De omgeslagen draad wordt als een steek gebreid.
3de toer. Als de eerste toer. De steek welke men tusschen het omslaan van den draad regt breidt, moet over den regt gebreiden steek van den vorigen toer komen.
4de toer. Averegts. Doch men min-
dert de 2 eerste en de 2 laatste steken van den toer.
5de toer. Minderen, 1 regt * 3 regt, minderen; minderen, 2 regt * herhaal van * tot * nog 21 maal; dan 2 regt minderen.
6de toer. Regt.
Men begint nu met de paarsche che-nille, doch knipt de zwarte niet af, daar men afwisselend van elk 2 toeren werkt.
De doek.
1ste toer. Regt. Men mindert aan het begin en einde van den toer één steek, en breidt in het midden van den toer 5 maal na elkander 3 steken te zamen.
2de toer. Averegts.
Van den nu volgenden toer af, mindert men bij elken tweeden toer aan het begin en einde, maar in het midden 2 maal, zoodat het getal steken hier-door om den anderen toer 4 steken ver-mindert. De wijze, waarop men in het midden moet minderen, rigt zich naar het patroon, daar men dit niet altijd op dezelfde wijze kan doen en dus ook niet kan beschreven worden, maar vol-gens het patroon moet geschieden; men breidt b. v. al naardat het noodig is, 2 maal na elkander 2 steken te zamen, of 3 steken tegelijk, ook kan men het omslaan op die plaats weg laten, waar-door men ééne mindering uit den weg ruimt.
3de toer. (Met zwarte chenille.) Min-deren * omslaan, afhalen (men haalt
68 HANDWERKEN EN MODES.
CHENILLE-DOEK.
(Breiwerk).