De Gracieuse 1862 | Page 344

56 HANDWERKEN EN MODES.

delijk wordt de gansche rok gevoerd met watten en geglansd perkal.

De wit neteldoeken cravates nemen voor huisgebruik bijna geheel de plaats in der kraagjes, men strikt ze toe of draagt ze met lange slippen. Zij worden bewerkt met veterband, of zijn van gebrocheerd neteldoek en met veterband omzet; op deze wijs vervaardigd heeten ze in Parijs “cravate avocat.

Ook zijden kraagjes met soutache of fluweel afgezet en daarbij passende smalle manchetten maken veel opgang.

Voor ondermouwen is het iets nieuws en comfortable’s tevens, om deze te maken met een zeer breed en sluitend handboord, bijna reikend tot halfweg den arm en van boven gesloten met zes vergulden knoopjes. Deze boorden worden soms met eene afstekende kleur geborduurd, en worden gezet aan eene flinke wijde mouw, die natuurlijk wat korter genomen wordt dan anders.

VERKLARING DER MODEPLAAT.

Baltoilet. Het haar wordt in twee doffen langs het voorhoofd gefriseerd – de lager afdalende doffen, eveneens gefriseerd, worden naar achteren omgeslagen. De wrong aan het achter-hoofd valt laag op den hals neder in lussen en lange krullen.

Voor op het hoofd rust eene touffe van roode rozen, ingeslo-ten door gebladert – een strik van witte blonde, omzet met zwarte kant is aan de cache-peigne gehecht en heeft lange af-hangende slippen.

Witte satijnen japon overtrokken met witte tule in luchtige doffen geschikt – op elke baan is zulk een bouillonné die van onder breeder en digter is – op geregelde afstanden zijn daarop als ook van onder op het breeder garneersel roode rozen ge-hecht, terwijl ruches van zwarte kant het effekt grootelijk ver-hoogen. Op het lijft zijn drie ruches van zwarte kant aangebragt.

De korte dofmouw heeft het zelfde garneersel.

Huistoilet. Goudgele strik als kapsel, violet fluweelen japon en veste française, gegarneerd met zwart galon en soutache.

Vest en ondermouwen van moiré zijde (geel als de strik).

Die veste française heeft van voren den vorm van het Zouavenjak; loopt naar achteren uit en basquine met twee platte plooijen als bij een manskleedingstuk.

Dit model is het nieuwste wat de mode thans aangeeft; tot meerdere duidelijkheid verwijzen wij onze lezeressen naar het groote patroon waarop eene juiste afbeelding er van voorkomt (Zie plaat XVII, fig. 7).