HANDWERKEN EN MODES. 55
MODES.
In onze voorgaande aflevering noemden wij reeds verscheiden mantel-fatsoenen; dezen keer willen wij ons meer tot huistoilet bepalen en tot enkele artikelen die voorkomen bij kleine soirées zooals thans het seizoen medebrengt.
De ronde lijven aan de japons verdwijnen meer en meer – meest maakt men ze nu met punten van voren en van achteren. Eene smalle basque rondom wordt ook wel door de mode aan-gegeven, doch zal niet veel navolging vinden, daar het alleen goed staat bij een bijzonder slank figuurtje. De mouwen worden alle zeer naauw gekozen met een elleboogsnaad. Het corsage Figaro is zeer gezocht; naar achteren loopt het eenigzins pun-tig uit, terwijl het aan de voorzijde zeer diepe revers heeft. Het vest dat hierbij voegt, eindigt in eene gespleten punt; en geeft, van fluweel vervaardigd, te gelijk een doelmatig warm en smaakvol toilet.
Met veel tijd en geduld kunnen tegenwoordig de dames zich van halfsleten zwart zijden japons een net kleedingstuk ver-schaffen. De zijde wordt daartoe in smalle repen geknipt, die van onderen circa zes duim breed zijn en naar de ceintuur tot op twee duim smal afloopen. Tusschen elk deze reepen zet men een digt gegauffreerden band zijde van eene andere kleur en ein-
Dan neemt men de witte wol en breidt insgelijks 2 naalden regt. De wol wordt niet afgeknipt daar men beurtelings 2 naalden met de grijze en 2 naalden met de witte wol werkt. Deze 4 naalden her-haalt men nog 5 maal.
Vervolgens breidt men met de grijze wol 16 steken regt, kant 12 steken voor het duimsgat af, en breidt daarna weder 7 steken regt, waarmede de naald uit is. De tweede naald, met de grijze wol, begint men met 8 steken regt, zet 12 steken weder op de naald; verder wordt zij, regt uit gebreid zijnde 16 steken.
Eindelijk breidt men het polsje regt af, beurtelings 2 naalden met de witte en 2 naalden met de grijze wol, tot
er 24 witte en 24 grijze ribben zijn; dan kant men het polsje af, en naait het digt (ook kan men het digt breijen). Van onderen naait men het polsje aan den bovenkant (zijnde het opzetsel) van de manchette; om het duimsgat en van boven aan het polsje, haakt men met de witte Angorawol een toer vaste steken. Vervolgens werkt men van boven op de hand van het polsje, met zwarte filozelle 3 reken in de lengte, hetzij met den kettingsteek of point de Russe er op, en voleindigt het, daar waar het polsje aan de manchette is gezet, met een strik van taf lint, waarvan de breedte en de kleur naar verkiezing van de dames afhangt.