De Gracieuse 1862 | Page 342

Witte en grijze Angora of konijnen-wol; witte en grijze sephirwol van de-zelfde kleur; 2 naalden No. 19 en 2 naalden No. 11 en zwarte filozelle.

Manchette.

Dit werk wordt geheel regt heen en weder gebreidt.

Men zet met de witte Angorawol en de naalden No. 19, 80 steken op, en breidt zoo 20 toeren.

21ste toer. 72 steken regt; men keert het werk om.

22ste toer. 64 steken; men keert bij elke naald het werk om.

23ste toer. 60 steken.

24ste toer. 56 steken.

25ste toer. 53 steken.

26ste toer. 50 steken.

27ste toer. 48 steken.

28ste toer. 46 steken.

29ste toer. 43 steken.

30ste toer. 40 steken.

Van den 31sten tot den 46sten toer laat men bij elken toer 2 steken meer op de naald staan, zoodat men bij den 46sten toer 8 steken heeft. Dan knipt men de witte wol af en bevestigt haar. Vervolgens neemt men de steken zonder te breijen van de eene naald op de andere, zoo-dat nu al de steken weder op eene naald zijn. Dan knoopt men de grijze wol aan en breidt 6 toeren regt, waarbij men in het midden van den eersten toer 1 steek meerdert, in het midden van den derden toer 2 steken, en in den vijfden toer 1 steek in het midden meerdert. Hier-mede is het bovenste gedeelte van de

manchette af, doch men laat de steken nog op de naald.

Deze manchette wordt van eene voering voorzien welke aldus wordt gebreidt:

Men neemt nóg eene naald van de-zelfde dikte, daar er een in het boven-gedeelte van de manchette is gebleven; vervolgens neemt men met de witte zephirwol de 80 steken van het op-zetsel van het boven gedeelte der man-chette op en breidt de voering even als het bovengedeelte van de manchette zelve, doch in plaats van de 20 toeren aan het begin breidt men 18 toeren. Wanneer men de laatste naald van de voering gebreid heeft, moeten de twee gedeel-ten van onderen ook aan elkander ge-breid worden; dit geschiedt aldus: men neemt van elke naald één steek en breidt die te zamen; zoo gaat men voort totdat men de geheele naald uit heeft, waarna men de steken afkant. Men keert nu de manchette om, opdat het af-kantsel van binnen komt, dan naait men de korte einden die nog open zijn geble-ven digt, zoodat de manchette nu geheel aan elkander is.

Men versiert het bovenste witte ge-deelte van de manchette met moesjes of vlokjes van zwarte filozel, welke men er re-gelmatig met eene lange steek op werkt.

Polsje.

Dit polsje wordt in de lengte heen en weder gebreid.

Men gebruikt er de naalden No. 11 voor; zet met de grijze sephirwol 36 steken op en breidt 2 naalden regt.

54 HANDWERKEN EN MODES.

DAMES MANCHETTE MET POLSJE.

(Haakwerk).