Het kralenwerk waarbij de kralen zon-der onderlegging van een of andere stof als aan elkander geweven zijn, is voorzeker velen onzer lezeressen reeds bekend; hoewel aan velen, toch voorzeker niet aan allen en daarom willen wij een zooveel mogelijk volledig onderrigt hierin geven in het meest bekende kralen-mosaïk, waarbij de kralen verzet worden of verspringen; dat wil zeggen: dat bij elken toer de eene kraal naar buiten en de andere naar bin- nen staat. Wij laten de beschrijving er van hier volgen.
Dit mosaïk wordt gewoonlijk met Bohemer kralen gewerkt en is bijzonder geschikt voor groote voorwerpen, als schelbanden, lambrequins enz. Voor het aanrijgen der kralen is zeer sterk garen of luskoord noodig; daar de openingen der kralen groot genoeg zijn, kan men dit zonder eenigen hinder gebruiken.
Men rijgt voor het begin van een band of iets anders, zooveel kralen aan als er reken van naast elkander lig-gende kralen moeten zijn, b. v. voor een rand van 6 reken kralen breed,
rijgt men bij het begin 6 kralen aan. Wil men evenwel eene ronde vlakte werken, dan rijgt men zooveel kralen aan als de rondte op haar breedst in door-snede moet zijn, men begint dan in het midden met de langste reek kralen en werkt heen en weder; daar het ver-minderen van de kralen bij elken reek gemakkelijker is dan het vermeerderen, zoo werkt men eerst de eene en dan de andere helft van het rond.
De afbeelding No. 1 is het begin van een rand welke uit 6 reken kralen bestaat; wij zullen deze kralen met de nommers van 1 tot 6 merken. De bovenste kraal (zonder nommer) welke zich vol-gens afbeelding aan den draad bevindt, behoort reeds tot den volgenden of 1sten toer, zoodat die eene kraal (welke wij op
de afbeelding zonder nommer aan den draad zien) verbonden wordt aan die welke met 2 is geteekend; in welke
HANDWERKEN EN MODES.
KRALEN-MOSAIK.