werkt nu het bovenste van den kaper even als de pelerine in point de diamant. In die steek welke men van de voering op de naald gehouden heeft breidt men nu 2 steken, en meerderd in het vervolg bij elken toer een steek, zoo als men bij de voering telkens een steek gemin-derd heeft. Tevens moet de laatste steek van elken toer in de overeenkomende kant of zijsteek van de voering gewerkt worden; zoodat voering en bovengedeelte hierdoor aan elkander verbonden wor-den. Na voleinding van den 16den toer breidt men de steken welke op de beide naalden gebleven zijn weder mede; ver-der minderd men even zoo vele steken aan de beide zijden als men aan de voe-ring gemeerderd heeft, doch in het mid-den worden die 6 steken niet geminderd. Na het einde van den 64sten toer boven de punt, moet het overtrek 36 steken tellen en even lang als de voering we-zen. Men kant niet te los af en legt voering en overtrek op elkander. Het patroon van dezen kaper, ofschoon ver-kleint, zal ons nu bij het in elkander zetten zeker goed van dienst wezen.
Men haalt de opzet en afkanttoer, zijnde het bovenste gedeelte der pelérine van a–c en van c–b in, en wel met overhandsche steken; evenzoo de kaper van a–c en van c–b; haalt beide dee-len ten naastenbij op 60 duim wijdte in naait ze op deze wijze te zamen, dat a aan a, c aan c en b aan b sluit. De plooijen der pelerine worden gelijk-matig verdeeld, doch bij den kaper moet de meeste ruimte in het midden komen. De capuchon garneert men rondom met een gebreiden rooden wollen kant welke glad wordt aangezet. Deze kant is 8
steken breed en wordt op dikke stalen naalden heen en weder gebreidt.
1ste toer. 2 regt, omslaan, minde-ren, omslaan, minderen, omslaan, 2 regt.
2de toer. Regt.
3de toer. 2 regt, omslaan, minderen, 1 regt, omslaan, minderen, omslaan, 2 regt.
4de toer. Regt.
5de toer. 2 regt, omslaan, minderen, 2 regt, omslaan, minderen, omslaan, 2 regt.
6de toer. Regt.
7de toer. 2 regt, omslaan, minderen, 3 regt, omslaan, minderen, omslaan, 2 regt.
8ste toer. Regt.
9de toer. 2 regt, omslaan, minderen, 4 regt, omslaan, minderen, omslaan, 2 regt.
10de toer. 5 steken afkanten, 7 ste-ken regt breijen.
Nu heeft men een punt af en begint telkens weder bij den eersten toer totdat men de noodige lengte heeft.
Daarna wordt de kaper op het bo-venste gedeelte, zijnde dat van de Point de diamant, met kleine roode moesjes versierd, welke in reeken, die gelijkmatig verzet moeten worden en 4 à 5 duim van elkander geplaatst zijn, met een plat-ten steek er opgewerkt worden, waar-voor men de wol 4 dubbeld neemt. Ten laatste rijgt men er een nog al dik wollen koord van 130 duim lang in, daar waar de beide deelen aan elkan-der gezet zijn, en versiert de beide einden van het koord met eenen rooden kwast van 8 duim lang. Hiermede is het werk volbragt.
HANDWERKEN EN MODES. 35