De Gracieuse 1862 | Page 322

regt gebreidt. De eerste en laatste steek van den toer wordt altijd regt gebreidt, opdat de zijranden gelijk zouden blijven.

2de toer. Regt, doch de omslag van den vorigen toer wordt als een steek gebreidt.

3de toer. Regt.

4de toer. Averegts.

Men herhaalt telkens van den 1sten tot den 4den toer, totdat men 78 toeren heeft, dus even zoo veel als aan de voe-

steken van elke naald 1 steek meer-dert, dan breidt men weder 2 toeren regt zonder meerderen.

Behalve het regelmatig meerderen aan de beide zijden, moeten er nog in het midden 6 steken gemeerderd wor-den die men nu en dan maakt, totdat men 64 toeren heeft, waarmede men dan tot aan de punt van den kaper is gekomen; door de meerderingen heeft men bij de 64ste toer 68 steken op de naald. Om de punt die naar het voorhoofd loopt te werken heeft men nog 2 naal-den nodig.

ring, daarna kant men het niet te los af.

Voor den kaper zet men 30 steken op. Men breidt weder eerst de voering, welke ook geheel regt en altijd heen en weder gebreid wordt. Om het fatsoen, zoo als het patroon aanduidt te ver-krijgen, meerdert men gelijkmatig aan beide zijden: eerst breidt men 2 toeren regts, dan meerdert men 2 toeren, op deze wijze dat men in de drie laatste

Men breidt op de eerste naald 26 steken, op de tweede of middelste naald 16 steken, zoodat er nu op de derde naald nog 26 steken overgebleven zijn. Men breidt alleen de middelste naald regt heen en weder, doch mindert bij elken toer een steek; wanneer men 3 steken op de naald heeft moet er ge-minderd worden en de laatste steek wordt regt gebreidt.

Bij naauwkeurige bewerking heeft men bij de 16de toer nog twee steken over welke men dan te zamen breidt, hier-mede is de voering van den kaper af. Men

34 HANDWERKEN EN MODES.