De Gracieuse 1862 | Page 304

werkt men nog twee toeren halve stok-jes met rose wol. (Een half stokje wordt aldus gemaakt: men slaat de draad om de naald, steekt in den steek, slaat de draad weder om en haalt hem door den steek, dan slaat men weder om en haalt de draad door de drie steken heen welke zich op de naald bevinden.) Bij de eerste dezer toeren steekt men van ach-teren in den steek van den vorigen toer, zoodat de beide lussen even als een ket-tingsteek blijven liggen, doch men slaat bij deze toeren telkens eene steek over. De tweede toer werkt men 1 ketting-steek, 1 half stokje in den tweeden steek gestoken. Men moet in dezen toer 35 halve stokjes en ook 55 ket-tingsteken hebben.

De opstaanden rand, die de toeren stokjes bedekt, wordt van rose wol en met de houten haaknaald gewerkt. Men werkt deze rand als volgt:

Men zet 3 maal de binnenste wijdte van den rand op en haalt even als bij den Tunischen steek, door elke steek

De Tralie steek.

(Plaat V, Fig. 2).

Deze steek wordt op een grove haak-naald gewerkt.

Het opzetten en de beide eerste toe-ren worden gewerkt als de gewone Tu-nische steek.

De derde toer is gelijk aan de eerste, met dat onderscheid dat men de steek niet vóóraan maar van achteren in de

van het opzetsel den draad, die als een steek op de naald blijft; de volgende toer: 3 kettingsteken en met den vieren kettingsteek werkt men eene steek van de naald af. Deze rand gehaakt zijnde naait men hem in drie rijen op de toeren stokjes vast.

Aan den laatsten toer van den grond van het kleedje werkt men den eersten toer van den rand vast, door eene toer vast te steken. Dan werkt men, volgens de afbeelding, de kralen op het kleedje. De kralen die op de witte wol van den rand liggen, zijn met zwarte zijde aangeregen om ze beter te doen uitkomen, doch die op de rose wol liggen en de slingers die aan den rand geregen zijn, met witte zijde of garen.

Dit lampekleedje is zeer lief en niet moeijelijk om uit te voeren. Men is niet gehouden aan deze kleuren, daar die nog al licht zijn, lila met zwart, of rood met grijs staat ook zeer goed en vervalt niet zoo spoedig van kleur.

lus steekt, zoo als de afbeelding aan-duidt. Vervolgens werkt men beurtelings de tweede en de derde toer.

De Slinger steek.

(Plaat V, Fig. 3).

Dit patroon is bijzonder geschikt tot het garneren van capuchons, lampe-kleedjes enz.

16 HANDWERKEN EN MODES.

DE TUNISCHE HAAKSTEEK II.

(Haakwerk).