De Gracieuse 1862 | Page 305

1ste toer. Het opzetten en de eerste toer is even als bij den Tunischen steek.

2de toer. De drie eerste steken wor-den eveneens afgewerkt als bij den Tu-nischen steek; dan wekt men * 6 ket-tingsteken, slaat de draad weder om de naald en werkt weder drie steken van de naald af, * herhaal van * en zoo vervolgens den geheelen toer.

De derde toer is weder gelijk aan den eersten; men zorge echter vooral dat de slingers gelijkmatig afhangen.

De vierde toer is even als de tweede, met dit onderscheid dat men de slingers verzetten moet, zoodat men deze dan tusschen die der vorige toer inwerkt, zooals de afbeelding aanduidt.

De Rol steek.

(Plaat VI, Fig. 2).

Deze steek staat zeer goed voor een rand om pelerines of manchetten. Zij wordt met twee verschillende kleuren gewerkt, b. v. wit en zwart.

Het opzetten en de twee eerste toeren zijn gelijk aan den Tunischen steek.

1ste toer. Haal de draad even als bij den Tunischen steek door den regten steek heen, maak daarna een kettingsteek zoodat er één steek op de naald blijft. (Zie de afbeelding.)

2de toer. Als de tweede toer van den Tunischen steek.

3de toer. Als de eerste toer.

4de toer. Als de tweede toer.

5de toer. Men steekt in even als bij den eersten toer van den Tunischen steek, doch tevens aan de achterzijde van den eersten toer, in die steek welke regt over den steek van den vierden toer is, zoodat men

den vierden met den eersten toer verbindt en daardoor de andere drie toeren een hoog opstaanden rol vormen. Dan haalt men de draad door en werkt een ketting-steek; zoo vervolgens den geheelen toer.

6de toer. Als de tweede toer.

Dit herhaalt men weder van den eer-sten toer af.

Alle toeren welke tusschen de rollen liggen, moeten in dezelfde kleur gehaakt worden, b. v. zwart, (dus twee toeren) en die welke de rol vormen, wit (dus vier toeren).

De Korf steek.

(Plaat VI, Fig. 3).

Deze steek wordt van twee kleuren wol gehaakt en is bijzonder geschikt voor heeren-shawls. Wij zullen hiervoor wit en grijs bezigen.

Met de witte wol zet men op en werkt de 1ste toer met den gewonen Tu-nischen steek.

2de toer. Deze werkt men met de grijze wol. Men haakt de beide eerste steken te zamen; vervolgens 3 kettingste-ken, slaat de draad weder om en haakt de grijze en de 2 volgende steken van den vorigen toer weder te zamen; dan 3 kettingsteken en zoo vervolgens den geheelen toer.

3de toer *. Men haakt met witte wol door de beide steken der voor-gaande toer, dan werkt men in de eerste der 3 kettingsteken eene steek * her-haal van * (zie de afbeelding). In deze toer moet men weder evenveel steken hebben als in de eerste toer.

4de toer. Met de witte wol de tweede toer van den gewone Tunischen steek.

HANDWERKEN EN MODES. 17