De Gracieuse 1862 | Page 302

14 HANDWERKEN EN MODES.

het boordsel. Bavolet evenzoo, afgezet met kant – fuchsia-kleurige strik van binnen, verder vulsel van witte blonde en de banden van fluweel.

Pardessus Monténégrin – half sluitend rond het middel – gegarneerd aan weêrszijden met knoopen en omboord met mar-der – de wijde mouw heeft twee naden waarvan eene aan den benedenarm openblijft.

Japon van fuchsia-kleurig fluweel omzet met een breed boord-sel van scherp gepunt zwart fluweel.

II. Grenaat-kleurig fluweelen hoed, achter op de pas gegar-neerd met twee rijen zwarte kant; de bavolet heeft een zelfde garneersel en op de pas bevindt zich gedeeltelijk naar binnen-vallend eene touffe zwarte veêren. Gesloten met zwart fluweelen banden. Mantel, Lalla-Rouck van ligt grijs laken – van voren camail-fatsoen. Deze mantel is versierd met zwart fluweelen banden, naar voren en naar achteren gelijkelijk uitloopend in kleine kwasten. Onder de banden blijven de plooijen ongehecht.

Japon van groene taf, met zwarte taffen banden en eene smalle ruche omzet.

III. Wit zijden hoed; de pas geheel omzet met kleine veêren, naar boven uitloopend in grootere – drie rozen rustend tus- schen blonde – de bavolet ook met blonde bezet.

Pardessus van zwart fluweel, slechts weinig uitgehold naar het figuur, zwart guipuren pelerine – wijde ongegarneerde mouw – schuin opgezette zakken, met guipure bedekt.

IV. Blaauw fluweelen hoed, gegarneerd met blaauw lint en zwarte kant. Sluitende pardessus, van voren en van achteren puntig – hals en schouders omzet met zwart fluweel en kwastjes. Een zeer breede kant is langs het lijft gezet en valt over den rok der pardessus, die zeer wijd is.

V. Meisje van 7 tot 9 jaren.

Fluweelen hoedje – Impératrice – gegarneerd met satijn en fluweel en eene touffe van roode en zwarte veêren.

Pardessus van lila-grijze popeline met pelerine; deze is bene-vens de mouwen en den ganschen omvang met fluweel bezet.