De Gracieuse 1862 | Page 301

HANDWERKEN EN MODES. 13

tergrond. En waarmede die te vervangen? – Voorwaar, eene noodelooze vraag, daar de mode, grillig als zij is, steeds voor oud en jong iets weet aan te wijzen bij schier elke wisseling van temperatuur. Hare trouw volgster, of eigenlijk hare slaaf-sche gedienstige te worden, wensch ik geen mijner lezeressen toe; want behalve het nadeelige dat daarin ligt voor hare ge-zondheid en de zeker buitensporige verhooging van uitgaven, die onmisbaar volgen moet, is, onzes inziens, zulk eene han-delwijs onbestaanbaar met gezond verstand, en dus volstrekt niet wenschelijk of verdienstelijk. En hiermede “trève de morale.”

De crinoline blijft en vogue, schoon veranderd en verbeterd van vorm; zij wordt naar voren minder wijd gedragen, heeft naar achteren veel meer omvang en vormt dus eene soort van sleep of queue. De bovenrok wordt steeds sierlijker van be-werking, zoodat de japon quand même wordt opgenomen, om die nette onderkleeding te doen opmerken; toch worden ook de bontkleurige dikke rokken van het vorige jaar nog bij klein toilet veel gedragen; (ze zijn trouwens zeer doelmatig op onze dikwijls morsige straten).

In het maaksel der japonnen is eene overgroote keus: het half gesloten spaansche jakje (ook corsage Figaro ge- noemd) wordt gedragen met een zeer ruim afhangend chemiset, of wel met een sluitend wit vestje van piqué of taf. Op hooge lijven imiteert men deze jakjes veel door het fatsoen daarvan aan te geven met eene door kant omgeven ruche. Voorts ziet men halfhooge lijven met een doekvormig garneersel en zwit-sersche lijfjes, waaronder een sluitend geplooid chemiset wordt gedragen. Als garneersel zijn zeer gezocht gepijpte volants of wel gladde banden van eene afstekende kleur, die dan bedekt worden met zwarte guipure.

Gewoonlijk houden de magazijnen hunne wintermodes deze maand nog achterwege; maar de modeplaat maakt thans eene uitzondering en geeft reeds een kijkje daarvan. Hieronder de korte omschrijving.

Figuur I. Wit fluweelen hoed; de pas gedeeltelijk bedekt met een breed boordsel van fuchsia-kleurig fluweel – op de pas, vallende uit eene wit kanten roset, veêren van gelijk kleur als