Kant.
Deze kant wordt in vier stukken ge-breidt, waarvan elk voor eenen kant van den doek moet dienen.
Het patroon is door 12 steken deel-baar doch men moet met het opzetten een steek meer maken, even als bij den doek.
Men zet voor deze kant 409 steken met zwarte wol op, maar zorge vooral dit niet te stijf te doen daar de schul-pen anders opkrullen.
1ste toer. 1 steek regt *, omslaan, overhalen, 7 regt, minderen, 1 regt *. Men herhaalt altijd van het eene ster-retje tot aan het andere.
2de toer. 2 averegts *, omslaan, averegts minderen, 5 averegts, averegts minderen, omslaan, 3 averegts *. Aan het einde der naald breidt men 2 in plaats van 3 averegts.
3de toer. 3 regt *, omslaan, over-halen, 3 regt, minderen, omslaan, 5 regt *. Aan het einde 3 in plaats van 5 regt.
4de toer. 4 averegts *, omslaan, ave-regts minderen, 1 averegts, averegts minderen, omslaan, 7 averegts *. Aan het einde 4 in plaats van 7 averegts.
5de toer. 1 regt *, omslaan, over-halen, 2 regt, omslaan, 3 te zamen breijen, omslaan, 2 regt, minderen, omslaan, 1 regt *.
6de toer. 2 averegts *, omslaan, ave-regts minderen, 5 averegts, averegts minderen, omslaan, 3 averegts *. Aan het einde 2 in plaats van 3 averegts.
7de toer. 3 regt *, omslaan, over-halen, 3 regt, minderen, omslaan, 5 regt *. Aan het einde 3 in plaats van 5 regt.
8ste toer. 4 averegts *, omslaan,
averegts minderen, 1 averegts, averegts minderen, omslaan, 7 averechts *. Aan het einde 4 in plaats van 7 averegts.
Nu herhaalt men nog 5 maal de vier laatste toeren, namelijk van den 5den tot den 8sten toer, dan heeft men 28 toeren.
29ste toer. 5 regt *, omslaan, 3 te zamen breijen, omslaan, 9 regt *. Aan het einde 5 in plaats van 9 regt.
30ste toer. Averegts.
31ste toer. 11 regt *, minderen, om-slaan, 10 regt *. Aan het einde 12 in plaats van 10 regt.
32ste toer. 1 averegts *, omslaan, averegts minderen, 7 averegts, ave-regts minderen, omslaan, 1 averegts *.
33ste toer. 2 regt *, omslaan, min-deren, 5 regt, minderen, omslaan, 3 regt *. Aan het einde 2 in plaats van 3 regt.
34ste toer. 1 averegts *, averegts minderen, omslaan, 7 averegts, om-slaan, averegts minderen, 1 averegts *.
35ste toer. 1 regt *, minderen, om-slaan, 7 regt, omslaan, 3 te zamen breijen, omslaan *. Aan het einde 2 in plaats van 3 te zamen breijen en dan 1 steek regt.
36ste toer. 1 averegts *, averegts minderen, omslaan, 7 averegts, omslaan, averegts minderen, 1 averegts *.
37ste toer. 2 regt *, 9 regt, om- slaan, 3 te zamen breijen, omslaan *. Aan het einde 11 regt.
38ste toer. 3 averegts *, omslaan, averegts minderen, 5 averegts, averegts minderen, omslaan, 3 averegts *. Aan het einde 2 in plaats van 3 averegts.
39ste toer. 3 regt *, omslaan, min-deren, 3 regt, minderen, omslaan, 5 regt *. Aan het einde 3 in plaats van 5 regt.
10 HANDWERKEN EN MODES.