40ste toer. 4 averegts *, omslaan, averegts minderen, 1 averegts, averegts minderen, omslaan, 3 averegts, om-slaan, averegts minderen, 2 averegts *. Men herhaalt van het eene sterretje tot aan het andere, totdat men 9 steken aan het einde der naald heeft; dan werkt men het volgende: omslaan, averegts minderen, 1 averegts, averegts minderen, omslaan, 4 averegts.
41ste toer. 1 regt *, omslaan, min-deren, minderen, omslaan, 3 regt, omslaan, minderen, minderen, omslaan, 1 regt *.
42ste toer. 2 averegts *, omslaan, 3 averegts te zamen breijen, omslaan, 3 averegts, omslaan, 3 averegts *. Aan het einde 2 in plaats van 3 averegts.
Men herhaalt de vier laatste toeren (van de 39ste tot de 42ste) nog 3 maal, dan heeft men 54 toeren.
55ste toer. Als de 39ste toer.
56ste toer. 4 averegts *, omslaan, averegts minderen, 1 averegts, averegts minderen, omslaan, 7 averegts *. Aan het einde 4 in plaats van 7 averegts.
57ste toer. 2 regt minderen *, om-slaan, 5 regt, omslaan, overhalen, 3 regt, minderen *. Aan het einde in plaats van 3 regt, minderen; 2 steken regt.
58ste toer. 1 averegts *, averegts minderen, omslaan, 7 averegts, om-slaan, averegts minderen, 1 averegts *.
59ste toer. Minderen *, omslaan, 9 regt, omslaan, 3 te zamen breijen *. Aan het einde 2 in plaats van 3 te zamen breijen.
60ste toer. 1 averegts *, 10 averegts, omslaan, averegts minderen *. Aan het einde 11 averegts.
61ste toer. 10 regt, minderen, om-slaan. Aan het einde 1 regt.
62ste toer. 2 averegts *, omslaan, averegts minderen, 10 averegts *. Aan het einde 9 in plaats van 10 averegts.
63ste toer. 8 regt *, minderen, om-slaan, 10 regt *. Aan het einde 3 in plaats van 10 regt.
64ste toer. 2 averegts *, averegts minderen, omslaan, 10 averegts *. Aan het einde 9 in plaats van 10 averegts.
65ste toer. 9 regt *, omslaan, min-deren, 10 regt *. Aan het einde 2 in plaats van 10 regt.
66ste toer. Averegts.
67ste toer. Regt.
68ste toer. Averegts.
69ste toer. 1 regt *, omslaan, over-halen *.
70ste toer. Averegts.
71ste toer. Minderen, omslaan. De laatste steek der naald regt breijen.
72ste toer. Averegts.
73ste toer. Afkanten. Doch het af-kanten niet te stijf daar de kant anders trekt.
Nu werkt men voor den doek nog 3 van deze kanten, daar het hier beschre-vene een vierde der wijdte is. Men naait de 4 einden aan elkander en zorgt bij het aanzetten van den kant aan den doek, dat de naad in de ruimte van de hoeken komt, omdat zij daar het minst zigt-baar is.
HANDWERKEN EN MODES. 11