170ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen, aan het einde een steek meerderen.
171ste toer. Als de derde toer.
172ste toer. Als de tiende toer.
173ste toer. Als de elfde toer. Aan het begin een steek minderen, aan het einde een steek meerderen.
174ste toer. Als de twaalfde toer.
175ste toer. Als de dertiende toer.
176ste toer. Als de veetiende toer.
Zwarte en paarsche flora wol. Naal-den No. 14.
Dit patroon is door 6 steken deel-baar, doch om regte kanten te behou-den zet men altijd 4 steken meer op. Hoewel men voor dezen doek 276 steken noodig heeft voor de patronen, moet men 280 steken met de paarsche wol opzetten.
1ste toer. 2 steken regt *, omslaan, minder, 1 regt *, minderen, omslaan, 1 regt. Aan het einde 3 in plaats van 1 regt.
2de toer. 4 averregts *, omslaan, 3 averegts te zamen breijen, omslaan, 3 averegts *.
3de toer. 3 regt *, minderen, om-slaan, 4 regt *. Aan het einde 5 in plaats van 4 regt.
4de toer. 2 averegts *, omslaan, averegts minderen, 1 averegts, omslaan, averegts minderen, 1 averegts *. Aan het einde 3 in plaats van 1 averegts.
Aan het begin een steek minderen, aan het einde een steek meerderen.
177ste toer. Als de vijftiende toer.
Nu herhaalt men van de 169ste tot de 177ste toer nog 4 maal met inachtne-ming van de roode en zwarte banden.
Hiermede is de helft van den rand af.
Nu werkt men voor de andere helft nog eens hetzelfde.
Men laat de voetzak bij den bont-werker opmaken.
5de toer. 4 regt *, omslaan, minde-ren, 4 regt *.
6de toer. 3 averegts *, averegts min-deren, omslaan, 1 averegts, omslaan, averegts minderen, 1 averegts *. Aan het einde 2 in plaats van 1 averegts.
7de toer. 1 regt, minderen, omslaan *, 3 regt, omslaan, 3 te zamen breijen, omslaan *. Aan het einde 1 regt.
8ste toer. 2 averegts *, omslaan, averegts minderen, 4 averegts *. Aan het einde 6 averegts.
9de toer. 3 regt *, minderen, om-slaan, 4 regt *. Aan het einde 5 in plaats van 4 regt.
10de toer. 2 averegts *, omslaan, averegts minderen, 4 averegts *. Aan het einde 6 inplaats van 4 averegts.
Nu herhaalt men weder van de eerste toer af. Deze 10 toeren werkt men zoo dikwijls totdat men evenveel lengte als breedte heeft daar de doek vierkant moet wezen.
HANDWERKEN EN MODES. 9
DOEK VOOR EEN KIND.
(Breiwerk).