De Gracieuse 1862 | Page 296

113de toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen.

114de toer. Als de derde toer. Aan het einde een steek minderen. Nu zijn er 15 steken.

115de toer. Als de vierde toer. Aan het begin een steek minderen. Nu heeft men 14 steken.

116de toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen.

117de toer. Als de derde toer. Aan het einde een steek minderen. Nu heeft men even als aan de andere zijde 13 steken, en werkt nu aan deze zijde ook nog 12 toeren, even als bij de 97ste tot de 108ste toer, zorgende voor de roode en zwarte banden en ook nu weder, wanneer men de tweede toer van het patroon werkt aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen. Men knipt de draad af.

130ste toer. Nu neemt men met de dubbele roode wol de 16 steken welke in het midden der overgebleven steken zijn, op, zooals de zestiende toer.

131ste toer. Als de zeventiende toer. Aan het begin en het einde een steek minderen.

132ste toer. Als de achttiende toer.

133ste toer. Als de vierde toer.

134ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin en het einde een steek minderen.

135ste toer. Als de derde toer.

136ste toer. Als de vierde toer.

137ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin en het einde een steek minderen. Nu heeft men 10 steken.

138ste toer. Als de derde toer.

Nu werkt men nog 12 toeren roode en zwarte banden. Telkens aan het begin

der tweede toer een steek minderen en aan het einde een steek meerderen. Men knipt de draad af. Hiermede is het blad van den voetzak afgewerkt.

Rand.

Men zet met de roode wol 28 ket-tingsteken op en werkt 72 toeren het-zelfde patroon en dezelfde roode en zwarte banden als het blad van den voetzak, altijd wanneer men de tweede toer herhaalt, aan het begin een steek min-deren en aan het einde een steek meer-deren.

73ste toer. Als de vierde toer, doch aan het einde laat men de laatste steek onbewerkt, zoodat men nu 72 steken op de naald heeft.

74ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen, aan het einde een steek meerderen.

75ste toer. Als de derde toer.

76ste toer. Als de vierde toer.

77ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen.

78ste toer. Als de derde toer.

79ste toer. Als de vierde toer.

80ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen.

81ste toer. Als de derde toer.

82ste toer. Als de tiende toer.

83ste toer. Als de elfde toer. Aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen.

84ste toer. Als de twaalfde toer. Dan herhaalt men nog 7 maal van de 73ste tot de 84ste toer, steeds zorg dra-gende voor de roode en zwarte banden.

169ste toer. Als de vierde toer.

8 HANDWERKEN EN MODES.