begin en het einde een steek meerderen. Nu heeft men 54 steken.
27ste toer. Als de derde toer.
28ste toer. Als de tiende toer.
29ste toer. Als de elfde toer. Aan het begin en het einde een steek meerderen. Nu heeft men 56 steken.
30ste toer. Als de twaalfde toer.
31ste toer. Als de dertiende toer.
32ste toer. Als de veertiende toer. Aan het begin en het einde een steek meerde-ren. Nu heeft men 58 steken.
33ste toer. Als de vijftiende toer.
34ste toer. Als de zestiende toer.
35ste toer. Als de zeventiende toer. Aan het begin en het einde een steek meerderen. Nu heeft men 60 steken.
36ste toer. Als de achttiende toer.
37ste toer. Als de vierde toer.
38ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin en het einde een steek meerde-ren. Nu heeft men 62 steken.
39ste toer. Als de derde toer.
40ste toer. Als de vierde toer.
41ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin en einde een steek meerderen. Nu heeft men 64 steken.
42ste toer. Als de derde toer.
43ste toer. Als de vierde toer.
44ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin en het einde een steek meerde-ren. Nu heeft men 66 steken.
45ste toer. Als de derde toer.
Nu werkt men van de 46ste tot de 87ste toer altijd dit patroon door (na-melijk drie roode en drie zwarte banden), zonder meerderen, daar het werk nu zijn bepaalde breedte heeft; doch men zij indachtig dat men, om het werk regt te houden, altijd aan het begin van den tweeden toer een steek minderd en aan het einde een steek meerderd.
88ste toer. Men werkt 18 steken met dubbele roode wol, als de zestiende toer.
89ste toer. Als de zeventiende toer; aan het begin een steek minderen. Nu heeft men 17 steken.
90ste toer. Als de achttiende toer.
91ste toer. Als de vierde toer; aan het einde een steek minderen. Het minderen geschiedt door den laatsten steek niet op te nemen. Nu zijn er 16 steken.
92ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen. Nu heeft men 15 steken.
93ste toer. Als de derde toer.
94ste toer. Als de vierde toer. Aan het einde een steek minderen. Men heeft nu 14 steken.
95ste toer. Als de tweede toer. Aan het begin een steek minderen. Nu zijn er 13 steken op de naald.
96ste toer. Als de derde toer.
Men werkt nu nog 12 toeren, zoodat men dan 108 toeren heeft (steeds zorg dragende dat men drie banden rood en drie banden zwart houdt). Doch ook nu moet men, wanneer men de tweede toer werkt, aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen. Men knipt de draad af.
109de toer. Nu neemt men aan den anderen kant de laatste 18 steken van den toer op, en werkt met de dubbele roode wol de zestiende toer van het patroon.
110de toer. Als de zeventiende toer. Aan het begin een steek minderen en aan het einde een steek meerderen.
111de toer. Als de achttiende toer. Aan het einde een steek minderen. Nu heeft men 17 steken.
112de toer. Als de vierde toer. Aan het begin een steek minderen. Nu heeft men 16 steken.
HANDWERKEN EN MODES. 7