De Gracieuse 1862 | Page 286

278 DE MAAND MAART.

Den 23sten Maart 1594 werd eene der vermaardste vrouwen van ons lang ge-boren: MARIA TESSELSCHADE, dochter van den zinrijken dichter ROEMER VISSCHER, die aan deze zijne dochter haren tweeden, zonderlingen naam gaf naar de schade die hij kort voor hare geboorte door eenen zwaren storm dter reede van het eiland Texel geleden had. Even als hare oudere zuster ANNA was zij bedreven in allerlei bevallige kunsten, vooral poëzij, muziek en zang. Door hare talenten, bevalligheid, geest en vernuft won zij de genegenheid der vermaardsten onder hare tijdgenoo-ten, zoo als de dichters HOOFT en HUYGENS. In het jaar 1623 gaf zij hare hand aan ALLARD VAN KROMBALG, die haar elf jaren later als weduwe achterliet. Twee zware rampen had zij later te dragen: door eene uitgespatte vonk verloor zij haar linkeroog na veel pijnen, en hare eenige dochter volgde haren vader in het graf. Het leven deze hoogst begaafde vrouw, met dat van hare zuster ANNA, is door onzen vaderlandschen schrijver Mr. J. SCHELTEMA zeer onderhouden beschreven.

Er leefde éénmaal in Perzië een dervies, beroemd om zijne kunde en wijsheid, wien de vorst, alvorens een’ verren togt te ondernemen, al zijne schatten wilde toevertrouwen. Hij beval dan al zijn goud te smelten, en daarvan een beeld te maken, welks bewaring hij den dervies overgaf. Deze, begeerende het terug te geven, zoo als hij het had ontvangen, betrachtte de grootste waakzaamheid en bezocht het beeld dagelijks verscheiden malen. Met eigen oogen beschouwde hij het in al zijne uitvoe-righeid, veegde het met eigen hand af, om het even schitterend te houden, en nam zelfs af en toe den keursteen te baat uit vrees voor eenig bedrog.

Eindelijk kwam de vorst terug, vorderde zijnen schat weder en de dervies gaf dien met den verheugden trots van zijne taak waardiglijk te hebben vervuld; maar toen met het gouden beeld moest opheffen, was dit zoo ligt dat een enkel man het gemak-kelijk kon dragen. Men ontdekte toen dat behendige dieven het kostbare metaal aan de binnenzijde hadden uitgeboord, zoodat alleen de uitwendige vorm was gebleven.

Al de zorgen van den dervies waren nutteloos geweest, om- dat hij zich slechts met het uitwendige had bezig gehouden.