De Gracieuse 1862 | Página 285

DE MAAND MAART. 277

Gansch anders een dame was S. MATHILDA (14 Maart). Zij was de gemalin van keizer HENRIK, bijgenaamd de vogelaar, een der beroemdste mannen van zijnen tijd, en leefde in de tiende eeuw. Onder hare vele kinderen zijn keizer OTTO DE GROOTE en BRUNO, aartsbisschop van Keulen, de vermaardsten. Zij overleed te Quedlenburg in het jaar 968, en heeft hare heiligverklaring te dan-ken aan het groote aantal kloosters en gasthuizen, die zij stichtte.

S. GEERTRUIDA was eene Brabantsche, geboren te Nivelles. Zij was eene doch-ter van den bekenden PEPIN, eerst hofmaarschalk aan het Fransche hof, later zelf koning van Frankrijk. Zij nam in het jaar 645 den sluier aan en overleed ten jare 664, den 17den Maart, op welken dag dan ook hare nagedachtenis wordt gevierd. Haar naam is vooral bekend door den oud-vaderlandschen tafeldronk: de beker van St. Geerten minne, waarover ik bij eene andere gelegenheid onze jonge lezeressen nog wel een paar woorden zeggen zal.

Met den naam CATHARINA zijn er in de R. C. kerk onderscheidene “heilige vrouwen.” Die, welker nagedachtenis den 22sten Maart gevierd wordt, was eene geborene Poolsche princes, dochter van koning Sigismund den Isten. Zij werd de gemalin van JOHANNES, prins van Zweden en hertog van Finland. Toen deze vorst door zijnen broeder ERIK zeven jaren lang werd gevangen gehouden, gaf CATHARINA een treffend voorbeeld van huwelijksliefde door haren echtgenoot in den kerker te volgen. Later in het jaar 1568, beklom JOHANNES den Zweedschen troon; CATHARINA overleed ten jare 1583 en heeft hare heiligverklaring alleen daaraan te danken, dat zij veel moeite heeft aangewend om het Protestantisme in Zweden te verdringen en de R. C. godsdienst te herstellen.

Eindelijk zij uit den almanak nog herinnerd, dat den 25sten Maart in de R. C. kerk de gedachtenis wordt gevierd van hetgeen in het Evangelie van Lukas wordt verhaald aangaande de verschijning van eenen Engel aan de vrome MARIA te Nazareth, verloofde bruid van JOZEF, waarbij haar werd aangekondigd, dat zij de moeder zou worden van den Zaligmaker der wereld.

In Maart zijn eene menigte vorstinnen geboren en gestorven; wij zullen ze kortheidshalve niet vermelden en alleen twee vermaarde kunstbeoefenende vrouwen noemen.

Den 13den Maart 1717 overleed MARIA SIBILLA, dochter van den verdienste-lijken graveur MATTHEUS MERIAN. Zij zag het levenslicht te Frankfort den 2den April 1647 en toonde reeds op jeugdigen leeftijd eenen buitengewonen aan-leg voor de teekenkunst. Vooral teekende zij met overgroote naauwkeurigheid op perkament afbeeldingen van kapellen, rupsen en andere insekten. Uit zucht om nieuwe voorwerpen voor hare teekenpen te bekomen, deed zij eene reis naar Suriname en gaf een prachtwerk met platen over de insekten van dat land in het licht, dat nog teegenwoordig op verkoopingen voorkomende hooge prijzen geldt. Ook heeft zij een heerlijk plaatwerk gegeven over de gedaante wisseling der rupsen. Voor beide werken heeft de begaafde vrouw de platen zelve niet al-leen geteekend, maar ook in kopen geëtst.