266 BROODKRUIMELS.
niemand hier denkt is, dat niet de vorst maar de gastheer het ge-lag betaalde, en daarom leze men verder en vinde de oplossing van het raadsel.
De kroonluchter moet opgehangen worden en natuurlijk in de groote zaal van het huis, waar anders? Maar de kroonluch- ter moet ook ingewijd worden en oud en jong wordt tot het feest genoodigd. De gasten zijn verzameld, het eten is opge-dragen, de vleugeldeuren worden geopend en met een luid: “O, dat is prachtvol,” staart men op het vorstelijke geschenk, dat bij het schemeren der waskaarsen nog schitterender uitkomt. “Jammer maar,” fluistert men elkander toe, “dat de zaal zoo klein is, de kroon is te groot voor deze ruimte.” Dit is ook den huisheer reeds zoo voorgekomen; terwijl de gasten zich te goed doen, knaagt hij aan de bittere kruiden van een bouw- plan, om de zaal te vergrooten, en als tegen wil en dank neemt hij het besluit het kabinet naast de zaal op te offeren, de tusschenmuur weg te nemen en zoo den kroonluchter met de behoorlijke ruimte te omgeven. Het plan wordt spoedig uit-gevoerd; een nieuw tapijt en behangsel hoort nog daarbij. De gasten worden weder genoodigd, en de vorstenwaard is verze-kerd dat ditmaal geen “Jammer dat” zijne vreugde zal storen. Maar toen in de vergroote zaal de kroonluchter was aangesto- ken, spreekt men hier en daar uit, wat reeds de huisheer tot zichzelven gezegd had: de zaal is te laag voor hare uitgestrekt-heid, schijnt door de bonte tapijten en de bschilderde zoldering nog veel gedrukter en van den ingang gezien is het alsof de kroonluchter tot op den grond reikte.
De gasten eten, en de gastheer knaagt op nieuw aan de bit- tere kruiden van een bouwplan. Gevonden! gevonden! heet het eindelijk, ik zal de muur weêr laten optrekken, krijg dan mijn fraai kabinet terug en – bouw eene geheel nieuwe zaal als vleugel naast het huis. Dit wordt uitgevoerd: eene hooge ruime zaal in juiste verhouding van alle afmetingen wordt op-getrokken, is in weinige maanden voltooid en – de kroonluch- ter prijkt op zijne derde plaats en het geheel is naar aller ge-noegen. Maar des bouwheers broeder keerde van eene reis terug, en vindt het onbegrijpelijk, hoe men zoo tegen alle symetrie