De Gracieuse 1862 | Page 275

BROODKRUIMELS. 267

een huis met één vleugel heeft kunnen bouwen, terwijl toch geen vogel in de wereld er minder dan twee heeft; hoe men aan dat huis van twee verdiepingen eene ruimte van ééne ver-dieping kon toevoegen, dat veel overeenkomst heeft met een haarstaart aan het hoofd van een knap man, een leelijk aan-hangsel waardoor het geheele aanzien der woning is te loor ge-gaan en alle schoonheidsgevoel verloochend, daar ook bij de schuiframen van het huis de veel schooner boogvensters der zaal wonderlijk afstaken, – in het kort de blijdschap over die kroonluchterzaal, de blijdschap over den kroonluchter en die van het wederzien, ’t wordt alles zoo bedorven door de bittere kruiden van een bouwplan, dat de lezer zich niet verwonderen zal, als hij verneemt, dat het geheele huis gesloopt, eene nieuwe, smaakvolle villa opgebouwd werd – alleen opdat de kroonluch-ter plaats en zijn bezitter rust zou hebben.

In het nieuwe huis worden ook nieuwe meubels van Berlijn en Brussel besteld; en de vorstelijke luchter is dra niet meer het prachtigste stuk van het huis, maar heeft mededingers van gelijke geboorte in de konsolen en pendules, in vazen en kan-delabres en zooals die doellooze zaken al meer heeten mogen. In de schoone ruimten der villa verdringt het eene feest, het eene gezelschap het andere, en de kroonluchter bestraalde menig gastmaal, waarvoor zich geen vorst zou behoeven te schamen.

Of het aan de waskaarsen heeft gelegen en deze nergens te krijgen waren, ik weet het niet; maar vijf jaren later brandde er geen licht op den kroonluchter noch in de gansche villa; niemand ging binnen, niemand trad naar buiten, tot na vier weken de papieren stroken en zegels van de deuren werden los-gescheurd; en toen toog met den verkoopen eene gansche bende van christenen en joden naar binnen en wie geld had kon koop-jes doen: Villa, kroonluchter, Berlijnsche meubelen, konsolen en pendules, vazen en kandelabres, kleinere zaken van opschik en – schelkoorden met zilver geborduurd.

De kroonluchter had den man geruineerd.”

Toen de predikant zoover gekomen was, stak hij zijne pijp weder aan, en wilde den lucifer uitblazen, maar zijne vrouw weerhield hem, nam lak en cachet, verzegelde de doos op