De Gracieuse 1862 | Page 267

DE TWEE WITTE ROZEN. 259

ner is slechts bezweken; de ander leeft en ademt alleen regt-vaardigheid en wraak. – RICHARD van York zweer dezen edelen heeren dat gij de zaak, waarvoor God uw leven gered heeft, nimmer zult verlaten.”

De jongelig welke aan de regterzijde der hertogin zat, stond op, ontblootte zijn hoofd en riep met bewogen stem: “York, voor immer York!” Deze woorden werden beantwoord met de uitbundige kreten van: “Bourgondië en York! Lang leve de hertogin! Lang leve RICHARD! York! Voor immer York!”

Een vlugtige blos bedekte het bleeke gelaat der weduwe van KAREL DEN STOUTE; “Hebt dank, heeren,” hernam zij, “dank, in naam eener arme vrouw die voortaan zonder kroon en zon- der geslacht is; in naam van mijn gemaal en mijn broeder, die beiden in het graf rusten, hebt dank! Wel zijt gij de edelsten van het schoone Frankrijk. Luistert nu: RICHARD, de wettige erfgenaam van York, vertrekt naar Schotland en Ierland; volgt hem en hergeeft hem de kroon. Ziedaar mijn bede!”

Door strijdlust vervoerd, rukte een der heeren eene der witte rozen af, welke hier en daar aan de draperiën der zaal en in het wapen van Bourgondië aangebragt waren; deze vervolgens in de regterhand nemende, riep hij uit: “Laat ons zweren, mijne heeren, bij deze roos trouw zweren aan York.” Alle zwaarden vlogen uit de schede en omgaven de teedere bloem als met een’ beschermenden muur.

RICHARD, of liever PERKINS WARBECK, had zich goed ge-houden en ontving de hulde en den eed van den Bourgondi- sche adel met eene waardigheid, welke STANLEY en de hertogin verbaasde.

Toen de hertogin nu met haren gewaanden neef alleen was, zag zij hem verwonderd aan; vervolgens zeide zij op geroerden toon:

“Gij zijt een bekwaam tooneelspeler, PERK, maar gij zijt nog zoo jong en ik verwijt mij bijna dat mijn blinde wraak- zucht u in zulk een’ maalstroom zal voeren. Als gij, in plaats van den overweldiger te doen vallen; ontdekt en opgeofferd werd . . . . arm kind, dat zou ik mij-zelve nooit vergeven.”

“Stel u gerust, mevrouw,” antwoordde PERK, “ik vergeef het