De Gracieuse 1862 | Page 262

254 DE TWEE WITTE ROZEN.

vergeten dat gij niet vrij zijt: gij hangt nog van mij af, PERK en de krijgsman welken gij gesmeekt hebt u in zijn leger op te nemen, is mij daartoe mijne toestemming komen vragen.”

De jongeling naderde zijn vader.

“Welnu,” zeide hij, “ja vader, ik heb ongelijk, ik ben on-dankbaar; maar gij weet niet wat ik hier voor dien somberen toonbank lijd; gij hoort de stemmen niet die mij woorden van rijkdom, van grootheid toefluisteren. Ik weet niet of ik, zooals gij zegt, eerzuchtig ben, maar ik heb er behoefte aan mij bo- ven anderen te verheffen, te schitteren. O, schud uw hoofd niet, vader; vertel mij niet dat wij slechts verachte Joden zijn; wij wonen in het land waar PETER LEROY, een wever, waar JAKOB VAN ARTEVELDE, een brouwer, als meesters bevolen hebben.”

De oude jood keek zijn zoon treurig aan.

“Was ik nog maar zoo rijk als vroeger,” mompelde hij, “maar die TUDOR heeft mij alles ontnomen! . . . Genoeg PERK,” vervolgde hij luide, “van avond wilt gij niet hooren, ga naar uwe kamer.”

De jongeling boog ontmoedigd het hoofd en nam zijne lan-taarn op om zich te verwijderen, toen de deur onstuimig ge- opend werd en twee mannen in mantels gewikkeld binnentraden.

“Jood,” zeide de een wiens hooge gestalte en gebiedende blik den meester deden kennen, “is dat uw zoon?”

JOZUA, die verbaasd en misnoegd was over een bezoek dat zich zoo aankondigde, had zich opgerigt, en zag de vreemdelin-gen trotsch aan, maar antwoordde niet.

“Hebt gij de vraag u door mylord gedaan niet gehoord,” vraagde WILLIAM.

Op dit oogenblik kwamen er uit den geopenden mantel van mylord een rijk wambuis en een prachtige degen te voorschijn.

“O, gij zijt Engelschen,” zeide de jood met eene zonderlinge uitdrukking van haat, “en misschien wel in dienst van HENDRIK TUDOR?”

“JOZUA WARBECK, ik ben het die kom om te ondervragen!”

“Gij kent mijn naam? . . .”

“Alles wat u betreft. Wilt gij dat ik u spreke van uw rijk magazijn te Grosvernorsquare, of van uwe vrouw ESTHER, of van uwen overtogt over het kanaal?”