De Gracieuse 1862 | 页面 257

SPAANSCHE DAMES. 249

zoudt ze verachten. Als gij bemerkt dat de spaansche een op-schrift niet kan ontcijferen, leest gij ’t haar voor en zij bedankt u vriendelijk en naief, maar zonder zweem van schaamte.

Maar zoo de spaansche vrouw niet leest, (ik laat daar of zij ’t al of niet kan) ook aan andere vrouwlijke bezigheden maakt zij zich niet schuldig. Ik spreek natuurlijk niet van de vrouwen uit de mindere klasse: de broodzorg is ook voor haar sterker dan de landaard. Het sterkste bewijs vond ik daarvan in Sevilla en voor eene hollandsche dame is het zeker niet onaardig om met mij een vlugtigen blik te slaan op de levenswijze der beide dames, met wie ik daar eenige dagen zamen woonde.

Dat denkbeeld van zamenwonen strekke men evenwel niet te ver uit. Die dames waren de dochters van den eigenaar van ’t hôtel, waar ik mijn intrek had genomen. Ten onzent zou de inrigting van ’t hôtel medebrengen dat men ze òf niet òf in de keuken zag; maar hier bleven zij geregeld aan het hotelleven deelne-men en in onze nabijheid, uitgezonderd aan tafel. Misschien zouden wij ze ook daar gevonden hebben, zoo niet een paar andere da-mes, die er des middags aanzaten, haar daarvan weerhouden had.

Wanneer wij des morgens zeer vroeg onze kamer verlieten, om nog iets te profiteren van de weinige uren vóór de zon hare volle kracht had bereikt, vonden wij in de vestibule de twee dochteren des huizes op matten stoeltje aan de marmeren tafel gezeten haar aqua helada (ijswater) gebruikende met een stukje droog brood. Terwijl wij ontbeten, want wij leefden grootendeels in de luchtige marmeren vestibule, hielden ze ons gezelschap, nu en dan een enkel woord mede sprekende, maar meestal zwijgend, zich bekoelend met hare kostbare waaijertjes. Dan gingen ze naar de mis, en, een half uur later teruggekeerd, veranderden zij haar lichtkleurig morgen toilet met haar zwart gewaad en zóó bleven zij den ganschen dag, tot etenstijd, zes ure, in de vestibule, zwijgend en zich bewaaijend en nu en dan een woord wisselend met huisgenoot of vreemdeling.

Als wij van ons diné waren opgestaan, vonden wij de dames evenwel niet meer. Ofschoon zij geen woord anders dan spaansch verstonden, begrepen ze toch dat het beter was niet tegenwoor-dig te zijn, wanneer acht à tien heeren het gesprek aan het