SPAANSCHE DAMES. 247
witte tanden zijn zigtbaar bij elken glimlach. Zij spreekt bijna onophoudelijk en de volks gewoonte geeft haar zelfs het regt u aan te spreken, zonder of vóór gij zelf het gewaagd hebt; maar zij spreekt zacht en lispelend; nooit hoort ge haar luid-ruchtig lagchen; nooit ontdekt gij van haar eenige dartele be-weging; nooit ziet ge haar hand rusten op den arm van echt-genoot, broeder of minnaar. Zij speelt achteloos met haar waaijer en met hare oogen, maar zelve schijnt ze niet te zien dat men haar bewondert. Zij bekoort, maar men zou meenen dat zij zelve het niet wist. Kortom zij heeft al het betooverende van eene vrouw, zonder dat zij ooit in het openbaar de waarde der vrouw uit het oog verliest.
Daarin ligt, geloof ik, het karakteristieke verschil tusschen eene spaansche vrouw en elk andere. De hollandsche schoone, bijvoorbeeld, wetende dat zij schoon is, zal in het publiek zich zoo ernstig mogelijk houden om den schijn van coquetterie te vermijden; de fransche zal integendeel al haar best doen om die schoonheid nog meer in het oog te doen vallen en er mede te schitteren; de spaansche doet het misschien ook, maar de fijnste opmerker kan het niet ontdekken.
Dat vooral is het wat de spaansche dames zoo bij uitstek schoon doet zijn. Zij geven geen voet zelfs tot de geringste onderstelling, dat hare schoonheid iemand zou kunnen toebe-hooren. Wanneer gij MARIE A. ziet vertrouwelijk op den arm van haar verloofde rustende, terwijl hare zuster MINA, als fa-cheuse troisième, er bij wandelt, hebt hij regt te onderstellen, dat ook MINA zoo aan den arm van u zelven wandelen zou, als gij haar verloofde waart. Maar de spaansche dames geven nooit aan iemand, wie ook, een arm. Zonder steun zweven zij voort, – zweven zeg ik, want haar gang heeft niets van den statigen tred onzer landgenooten, noch van de huppelende schreden der franschen. Men zou eene spaansche moeten zijn om te beschrijven hoe die gang is. Voeg daarbij dat zij, bijna zonder uitzondering, in het zwart zijn gekleed, hetgeen aan haar gelaat, hals en ontbloote armen eene blankheid geeft die zij inderdaad niet bezitten; dat het glanzend zware zwarte haar door geen hoed wordt verborgen, maar alleen door een door-