SPAANSCHE DAMES,
DOOR
G. KELLER.
En hoe zijn u de spaansche dames bevallen? Twintig, dertig, neen honderdmalen is me die vraag gedaan en, al naar gelang van hem of haar die ze deed, heb ik getracht haar te beant-woorden. Het moeijelijkste antwoord was van eene bevallige blonde landgenoote, die toen ik de spaansche dames roemde, à brûle-pourpoint vroeg: “vindt ge dan eene brunette mooijer dan eene blondine?”
Ik weet niet wat ik al gezegd heb om haar te betoogen dat
Entre la brune et la blonde,
Mon cœur ne sait choisir,
maar er schijnt toch iets doorgestraald te hebben van mijne hoogere ingenomenheid met de spaansche type, althans mijn antwoord bleek onvoldoende, en ik moet dan ook erkennen, dat het moeijelijk is wanneer men zich de dames uit Andalusie voor den geest terugroept, een onbevangen oordeel te vellen over de vrouwelijke schoonheid in het algemeen.
Als men plotseling uit Holland naar het zuiden van het Schier-eiland werd overgeplaatst zou men zijne oogen niet ge-looven. Van de gewone wijze van verplaatsing gebruik makende is de overgang minder plotseling. De fransche vrouw, vooral de Lyonnaise, vormt een overgang tot de spaansche, die in gelaat en uitdrukking met deze laatste eenige overeenkomst heeft, maar in houding, gedrag en woord een geheel op zich zelf staand karakter vertoont.
Hare donkere oogen schitteren van levenslust, hare hagel-